info

19 berichten

Het belang van tuinen voor de natuur

In het BBC tuinierders programma Gardeners’ World gepresenteerd door Monty Don, werd een uitleg gegeven om nu een (wildflower meadow) gemengde bloemenborder van akkerkruiden aan te leggen in je tuinreservaat. Hij schrijft op zijn website:

“In de afgelopen 50 jaar, hebben we gezien een enorme vermindering van het aantal wilde bloemen die groeien op het platteland, geschat wordt dat 1 op de 5 van onze inheemse planten in gevaar van uitsterven is. Dit, heeft op zijn beurt, bijgedragen tot een dramatische daling van het aantal bijen en andere bestuivende insecten, die van essentieel belang zijn voor de productie van onze groentenen fruitproductie. Tuinen worden steeds meer en meer belangrijk als een bron van voedsel voor deze insecten en als onderdeel van nationale Gardening Week, de RHS moedigt ons allemaal aan om een wildflower patch te maken in een reserve hoek van onze tuin. Het beste is om een mix van bloemzaden te zaaien in plaats van afzonderlijke soorten, de insectensoorten prefereren liever verschillende stervormige bloemen. In de handel zijn zakjes bloemenzaden te koop voor nog geen 2 Euro, die een rijk mengsel bevatten van verschillende bloemzaden, die graag door vlinders en andere vliesvleugeligen worden bezocht. Ook bevat het mengsel een aantal kruiden met hetzelfde doel en als het geheel in bloei staat is het bovendien een lust voor het oog. Op dit moment als ik nu rond fiets in het buitengebied, zie ik langs verschillende agrarische akkers dat randen zijn ingezaaid met kleurrijke bloemen mengsels. Deze ‘idylles’ vlinderbanen en bijenweiden in mijn gemeente komen tot stand door overleg met de plaatselijke agrarische ondernemer, door het beschikbaar stellen van de grond, Stichting Landschap en Gemeente.”

In 1911 bracht de Verkade fabriek voor het eerst het boek “DE BONTE WEI ” geschreven door Dr. Jac. P. Thijsse uit. In 1976 volgde een heruitgave. In het voorwoord TEN GELEIDE schreef Dr. P. Zonderwijk

“Bij een blik op het grasland van nu kunnen wij ons nauwelijks voorstellen dat er enige tientallen jaren geleden zulke kruiden(en bloemrijke) weiden waren. Zonder twijfel beschrijft Thijsse vooral de hooilanden, getuige allerlei genoemde plantensoorten die geen begrazing verdragen.”

Stelling; de tegenwoordige “BONTE WEI” is het kleuren bloemrijke akkerrandlint in het agrarische landschap. Ik zou zeggen; allen aan de slag en tover je tuin om in een kleuren bloemenrijke omgeving waar je in alle vlinders en bijen ook nog rustig kunt observeren en fotograferen.

Tekst: Will   Bron: Vlinderstichting

Waarde van groen voor gezondheid en woningbezit

Groen en algemene gezondheid

De kans dat bewoners zich gezond voelen is in groene gebieden 1,5 keer zo groot als in minder groene woonomgevingen. Hierbij zijn wijken vergeleken met een zelfde woningprijsklasse en leeftijdsopbouw etc. De aanwezigheid van groen zorgt o.a. voor 25% minder depressies, 15% minder nekklachten, 15% minder migraine en ernstige hoofdpijn en 23% minder astma/COPD.

Groen tegen fijn stof

Luchtverontreiniging zoals stikstofoxide en fijnstof geeft gezondheidsklachten. Bomen en hagen langs wegen kunnen 15 tot 20% van de stofdeeltjes afvangen. Een boom van 50 cm dik kan per jaar ongeveer 500 gram fijn stof afvangen. Dit compenseert circa 7.500 jaarlijks gereden autokilometers. Recent onderzoek door Rob McKenzie van de University of Birmingham geeft aan dat gevelgroen beter werkt dan straatbomen, omdat de laatste het wegwaaien van vuile lucht hinderen –de vuile lucht blijft langer hangenwat zeer contraproductief werkt.

Bron: Rapport Schone lucht, groen en de luchtkwaliteit in de stad, Royal Haskoning/Gem.Tilburg, 2013

Groen tegen oververhitting

Steden warmen sneller op dan minder dicht bebouwde gebieden, omdat steen veel hitte opneemt. Bebouwing creëert bovendien een beschutte omgeving waardoor het moeilijker wordt om de opgebouwde warmte kwijt te raken. Zo ontstaat wat internationaal het Urban Heat Island wordt genoemd. Voor sommigen ongerieflijk, voor anderen ronduit gevaarlijk, want kwetsbare groepen lopen tijdens extreem warme perioden meer kans op ziekte of overlijden.
Groen verlaagt de temperatuur in de stad; oppervlakken met planten warmen minder snel op en houden minder warmte vast. Waterdamp vanuit planten koelt de lucht. Bovendien hebben groene daken een koude- en warmte-isolerende werking. Dit zorgt voor een beter binnenklimaat en de besparing op verwarming of airconditioning heeft een positieve effect op de stedelijke CO2 uitstoot. Zoals planten dat zelf ook al hebben, aangezien ze CO2 binden.

Groen tegen geluidsoverlast

Geluiden worden gedempt door weerkaatsing tegen het groen. Groene daken kunnen geluid reduceren met 1 tot 5,5 decibel.

Groen tegen stress

“Groen grijpt je aandacht zonder er moeite voor te hoeven doen. Het leidt je af van de dagelijkse stress. Je komt tot rust.” Promotie onderzoek J.Maas Universiteit Utrecht. Zelfs foto’s van groen blijken al spanning verlagend te werken t.o.v. foto’s van de stad.

Groen en herstel na ziekte

Patiënten met uitzicht op groen herstellen sneller van een operatie dan patiënten zonder dit uitzicht. Zij gebruiken ook minder pijnstillers. (Dr. J.Maas Universiteit Utrecht)

Groen en binnenmilieu (woning, kantoorklimaat)

Interieurbeplanting kan de negatieve invloed van printers, kopieermachines en computers op de luchtkwaliteit tegengaan. Planten kunnen de luchtvochtigheid op kantoor met circa 5% verhogen.

Groen stimuleert creativiteit, concentratie en prestatie

Dat geldt voor volwassenen, maar zeker ook voor kinderen. Een natuurlijke omgeving stimuleert kinderen tot meer gevarieerd en creatief spelgedrag. In wijken met groen komt 15% minder kinderen voor met overgewicht dan in vergelijkbare wijken zonder groen.

Saamhorigheid/gemeenschapsgevoel

Bankjes en speelplekken in het groen geven mogelijkheden aan omwonenden om elkaar makkelijk te ontmoeten en te leren kennen. Als er gemeenschappelijk aan het groen wordt gewerkt geldt dit nog in sterkere mate. De stadslandbouw op tijdelijk braakliggende terreinen of in saaie parken is een bijzonder voorbeeld daarvan. Een vriendelijke, groene omgeving leidt ook tot minder criminaliteit en overlast. Een goed voorbeeld hiervan is de integrale aanpak van de Rotterdamse Millinxbuurt.

Waarde van de woning

Dat een woning bij een park meer waard is dan eenzelfde soort huis zonder park, dat is onbetwist stelt Arno Goossens, strategisch adviseur ruimtelijke ontwikkeling bij de gemeente Amersfoort. Maar er zijn meer factoren van belang. Wordt het park beheerd of is het een rotzooitje? Ligt er een fietspad tussen het huis en het park of is er misschien een speeltuin waardoor bewoners minder privacy hebben? Onderzoeken tonen dat groen de waarde van vastgoed in mindere of meerdere mate doet toenemen met 6 tot 15%. Bomen in de buurt van woningen leveren een besparing op van ongeveer 10% in de energiekosten.

Bronnen: www.groenemaand.nl bij ‘Groen en gezondheid’ www.degroenestad.nl

Heemplanten zijn heeeel belangrijk!

Heemplanten, ook wel inheemse planten of wilde planten genoemd, zijn plantsoorten die al lange tijd in een gebied groeien/thuis horen. Een gebied is in ons geval Nederland of -voor mij- specifieker Groningen/de Drentse heuvelrug. Heem betekent overigens huis (verwant met Engelse home en Duitse Heimat). De “zomereik” is een heemplant voor Drenthe, maar voor de Verenigde Staten is deze soort eik een uitheemse soort en is bij hun weer de “Amerikaanse eik” inheems. Wat “lange tijd” is, is niet officieel vast gelegd, maar doorgaans wordt daarmee langer dan 200 jaar bedoeld.

Na de laatste ijstijd zo’n 12.000 jaar geleden, zijn er steeds nieuwe plantensoorten in Nederland beland. Onder de eersten die zich hier vestigden waren berk en grove den en ook de “zomereik” leeft als soort al duizenden jaren in Nederland. Met de Romeinen 2000 jaar geleden kwam de tamme kastanje naar Nederland, de teunisbloem kwam 200 jaar geleden uit Amerika, de reuzenberenklauw ruim een eeuw geleden uit de Kaukasus/Perzië en de Grote waternavel (Zuid Amerika) is pas sinds 1994 in Nederland en vanaf ca. 2000 in Groningse wateren. Je zou ook kunnen zeggen dat hoe langer een plantensoort in Nederland voorkomt, hoe inheemser deze is.

Nu is het zo dat des te langer een plantensoort in een gebied voorkomt, des te meer diersoorten ontdekken hoe ze deze plant kunnen gebruiken. Zo ontdekten Vlaamse gaaien bijvoorbeeld dat eikels eetbaar zijn en eikengalwespjes ontdekten dat ze hun eitje in een blad van de zomereik kunnen stoppen en dat de wespenlarve dan in een veilige gal van de eik kan eten, de rupsen van de eikenpagevlinder eten van de bladeren en de mezen weer van de eikenpagerupsen. De grote kever “Vliegend hert” eet in het keverlarvestadium van dood eikenhout en sommige paddenstoelen groeien alleen bij of op eiken. De zomereik heeft in de loop van zijn geschiedenis in Nederland relaties opgebouwd met zo’n 350 in Nederland levende (dier)soorten terwijl de veel recenter pas in Nederland groeiende Amerikaanse eik er pas 10 heeft. Wanneer je een inheemse zomereik kapt, gaat niet alleen deze verloren, maar ook alle diersoorten die daar op dat moment inleven. Een mini-ecosysteem gaat verloren.  De pas in Nederland voorkomende Grote waternavel  heeft echter voor zover bekend nog nauwelijks relaties met andere organismen in de natuur. Omdat de uitheemse/exotische Grote waternavel niet door dieren wordt gegeten en wel erg goed groeit in de Nederlandse natuur breidt zij zich sterk uit. Het is zodoende een “invasieve exoot”. STOWA, een onderzoeksorganisatie van waterbeheerders noemt de volgende problemen: afwateringsproblemen, hinder voor de scheepvaart, schade aan waterkunstwerken, problemen voor recreanten als hengelaars en kanovaarders, zuurstofloosheid door afsluiting van het wateroppervlak en verdringing van de inheemse flora en (en alle specifieke diersoorten die erop en ervan leven!). Het verwijderen van de grote waternavel kost ook nog eens miljoenen per jaar.

In een stabiel natuurlijk systeem zijn voor elke plant en planteneter die daar in leeft een of vaak meerdere vijanden die er voor zorgen dat een soort zich niet grenzeloos voort kan planten en een plaag kan worden. De Grote waternavel vormt in Zuid-Amerika geen probleem, omdat de plant daar inheems is en daar in de loop der tijden wel natuurlijke vijanden heeft gekregen. Het is te verwachten dat op termijn ook hier in Nederland meer dieren, schimmels, parasieten ontdekken dat de Grote waternavel voor hen een goede voedingsbron is. Hierdoor zal de Grote waternavel in de toekomst minder hard kunnen groeien en minder een probleem geven. Maar dat kan wel (erg) lang duren. Ondertussen neemt de grote waternavel de plaats in van (inheemse)planten die wel allerlei relaties hebben: die voedsel vormen voor insecten als kevers en die weer voor spinnen of insecten die kevers eten en die vormen weer voedsel voor vogels. Inheemse planten zijn onderdeel van een heel netwerk van relaties, van een levensgemeenschap, een natuur die ondanks verschillen per jaar redelijk constant is, in evenwicht. Niet elke nieuwe (planten) soort vormt overigens een probleem. Verreweg de meeste nieuwe uitheemse soorten die in de Nederlandse natuur terecht komen, kunnen de concurrentie niet aan met inheemse soorten of zijn niet bestand tegen de winter. Met de zachte winters van de afgelopen jaren kunnen wel meer soorten de winter overleven.

Een voorbeeld van hoe ingewikkeld en boeiend relaties kunnen worden in een natuurlijk systeem wat lange tijd gelijk blijft: planten als maarts viooltje, sneeuwklokje en klimop-ereprijs werken samen met mieren. De planten maken een klein aanhangseltje aan hun zaden, het zogenaamde mierenbroodje, propvol met vooral oliën en vetten, maar daarnaast ook suikers, eiwitten, vitamines.
De zaden, die soms veel groter zijn dan de mieren zelf, worden naar het nest gesleept waar het mierenbroodje dan tot voedsel dient voor de larven. De plantenzaden worden op deze manier over grote afstanden verspreid wat de plantensoort ten goede komt. Planten die voor hun verspreiding afhankelijk zijn van mieren, zijn vaak planten die erg vroeg bloeien, en waarvan het zaad rijp is in mei-juni. Vreemd is dat niet, want dat is net de periode dat de mieren het meest actief zijn. Bij verschillende plantensoorten zal, nadat de bloem is uitgebloeid, de bloeistengel nog langer uitgroeien en naar de grond toebuigen. Dit zien we bijvoorbeeld heel duidelijk bij het sneeuwklokje. De zaden komen hierdoor dicht bij elkaar op de grond terecht. Mieren die zo’n mooi voedselvoorraadje voor hun neus krijgen, blijken dit aan hun nestgenoten door te geven, want in no time is een hele transportcolonne gevormd.
Bij andere soorten, zoals de dovenetel, blijft de stengel rechtop, maar de zaden zijn wel altijd heel gemakkelijk bereikbaar.
Mieren hebben een voorkeur voor wat drogere plekken, en het is dan ook niet gek dat planten met mierenbroodjes, of die voor hun verspreiding grotendeels afhankelijk zijn van mieren, zelden te vinden zijn in moerassige vegetaties, slikken en schorren. Planten uit muurvegetaties, droge duinen, bossen en bermen daarentegen vindt je wel vaker in deze groep terug. In 22% van de in onze streken voorkomende plantenfamilies zijn soorten terug te vinden met mierenbroodjes. Mieren eten daarnaast allerlei insecten en dragen daarmee bij aan het voorkomen van plagen. En daaruit al blijkt, dat mieren heel wat meer zijn dan vervelende stoorzenders bij een zomerse picknick.

De conclusie die ik uit bovenstaande trek is dat inheemse planten belangrijk veel meer dan uitheemse planten bijdragen aan de biodiversiteit en dus essentieel bijdragen aan een boeiende verrassende natuur met bijvoorbeeld mooie insecten als vlinders, libellen en kevers. Bovendien is er bij inheemse planten geen risico dat ze een plaag / invasieve exoot vormen.

Met inheemse planten in je tuin help je de natuur buiten je tuin!

Nog een kanttekening: plantensoorten kunnen wel inheems zijn voor Nederland, maar dat betekent niet dat ze ook in alle Nederlandse gebieden/milieu’s thuishoren en voorkomen. Een populatie vlinders van het pimpernelblauwtje kan wel in Limburg zitten, maar kunnen niet in een keer naar Groningen vliegen. Om er voor te zorgen dat ze in Groningen kunnen komen zijn pimpernelpopulaties op de route nodig. Hiervoor dient de Ecologische Hoofdstructuur (een netwerk van natuurgebieden in NL) en ook tuinen die als “stapsteen”kunnen fungeren. Kijk bij de aanplant dus vooral naar soorten in jouw directe woonomgeving.

En nog een kanttekening: een Nederlandse lijsterbesboom heeft van oudsher een ander DNA dan een lijsterbes uit Oost-Europa (sterker nog het DNA van de lijsterbessen in Limburg wijkt weer af van de Groningse lijsterbessen en die zijn onderling ook weer uniek. Net mensen ;-)). Omdat er in Oost-Europa goedkoper gekweekt kan worden, koop je in het groencentrum bijna altijd een boom daar vandaan. Deze bomen zijn minder aangepast aan het Nederlandse klimaat, maar kunnen daarbij ook heel goed verschillen in de waarde die ze hebben voor de Nederlandse insecten! Gelukkig dat er onder meer door de Cruydthoeck aan gewerkt wordt planten met inheems dna beschikbaar te stellen. Een andere mogelijkheid is zelf zaad of zaailingen uit de omgeving te halen en op te kweken. Doe dit alleen als er grote aantallen van een soort zijn, een gebied op de schop gaat, je met beleid en respect te werk gaat.

 

Economische waarde planten-/dierensoorten

De wetenschap leert veel door het bestuderen van planten- en dierensoorten. Er is zelfs een apart vakgebied, de Bionica, die zich daar specifiek op toelegt. Geen wonder, want de natuur heeft al honderden miljoenen jaren geëxperimenteerd met allerlei mutaties en wat nu is terug te vinden bij de planten en dieren behoort tot het meest succesvolle genetische materiaal. Planten- en dierensoorten hebben allerlei eigenschappen ontwikkeld die zeer functioneel zijn en tegelijkertijd zeer efficiënt in gebruik van energie en bouwstoffen. We kunnen daar als mensheid zeer veel van leren. Hieronder staan enkele uiteenlopende voorbeelden.

Deze voorbeelden vormen de basis voor een krachtig pleidooi voor behoud van alle planten- en dierensoorten op aarde. Groot en klein. Een ander belangrijk argument voor behoud van biodiversiteit is dat er minder last is van plagen naarmate de biodiversiteit van de natuur groter is, omdat een zeer succesvolle soort al gauw te maken krijgt met een predator/parasiet.


Een paar voorbeelden:

Nobelprijs geneeskunde 2015. In 2015 is de prijs uitgereikt aan twee onderzoekers. Een heeft ontdekt dat een component uit een schimmel erg goed werkt tegen parasitaire wormen en mijten bij mensen en vee, de andere onderzoeker heeft ontdekt dat een component uit zomer alsem (plant) goed werkt tegen malaria. Zonder deze middelen zouden per jaar 100 duizend mensen in Afrika sterven.

Paddenstoelen kankerremmend

Tientallen soorten paddenstoelen zijn bij de behandeling van kanker deels complementair aan chemotherapie en bestraling. Ze kunnen daarbij vooral lastige neveneffecten van die twee behandelingen, zoals misselijkheid en bloedarmoede, tegengaan. Paddenstoelen bevatten heel wat chemische verbindingen die men nergens anders terugvindt.
De werkende stoffen in sommige paddenstoelen kunnen ingezet worden tegen een waaier aan kankers. Extracten uit Gewoon elfenbankje verminderden de groei van kankercellen, en dat zowel bij darmen longkanker als bij leukemie en lymfomen. Tegen borstkanker kan onder meer Geschubde inktzwam worden gebruikt.
Opmerkelijk is dat het merendeel van bovenstaande ontdekking pas de laatste tien jaar gebeurde. Onderzoekers zijn er dan ook van overtuigd dat het gebruik van paddenstoelen een revolutie in kankerbehandeling kan teweeg brengen. Zowel in China, Korea als de Verenigde Staten zijn er intussen bedrijven die gespecialiseerd zijn in het extraheren van werkende stoffen uit zwammen en die producten te commercialiseren. Paddenstoelen staan intussen bekend als bronnen van antioxidanten, ontstekingsremmers, immuunversterkende stoffen, prebiotica, antibiotica en kankerremmende stoffen.

Slangengif tegen spasmen en regulatie hartslag
Slangengif dat verlamt kan in afgepaste doseringen heel heilzaam zijn. In slangengif zitten zo’n 2,5 miljoen componenten. Slechts 25.000 zijn benoemd en 2500 zijn geschikt voor medische toepassingen.

Libellenvleugel antibacterieel: Deze blijkt te bestaan uit minuscule scherpe pilaartjes waarop bacteriën dood gaan: de bacterie zakt tussen de pilaren, maar blijft aan het puntje van de pilaar vastzitten, waardoor de celwand uitrekt en uiteindelijk scheurt! (Nature Communications 26 nov. 2013) Dit biedt uitzicht op medische apparatuur, die zichzelf, bedekt met een dun laagje zwart silicium, steriel kan houden, zo schrijven de onderzoekers. Bron: NRC 1 dec. 2013

Vlindervleugel waterafstotend: De ribbels van een vlinder doen het water nog sneller opspatten dan van een lotusblad, die tot dusver als ultiem waterafstotend werden gezien (Nature). Onderzoek naar waterafstotende processen is van belang voor industriële processen. Zo zou de truc van de vlinder misschien ook kunnen zorgen dat ultrakoude dampdruppeltjes wegveren van vliegtuigmotoren voordat ze als ijs neerslaan. Bron: NRC 24 nov. 2013

Hoef berggeit – Nike Schoenen: Voor het ontwikkelen van schoenzolen kijkt Nike naar de hoeven van berggeiten, die zo soepel en tegelijkertijd zo oersterk zijn dat ze elke klip moeiteloos nemen. Trouw, mei 2013

Termietennest- ventilatie gebouwen: Termieten zijn instaat de temperatuurschommelingen in hun heuvel binnen de 3 graden te houden onafhankelijk van temperatuurverschillen van meer dan 40 graden buiten. Ze hebben hiervoor een ingenieus ventilatiesysteem ontwikkeld dat nu geprobeerd wordt in de energiezuinige gebouwen toe te passen. Trouw 10 mei 2013

Uitsterven van soorten

In ons land komen overigens zo’n 35.000 soorten planten en dieren voor, waarvan een derde wordt bedreigd in zijn voortbestaan. In vergelijkingen bungelt Nederland in Europa onderaan bij het in stand houden van soorten (Trouw feb. 2011) . Ongeveer 94% van alle soorten mensapen (de naaste verwanten van de mens) stond in 2014 op de Rode Lijst van de IUCN in de hoogste categorieën zeer bedreigd en bedreigd. Volgens berekeningen op grond van cijfers van de IUCN is in de afgelopen 500 jaar 22% van de zoogdieren, 14% van de vogels, 29% van de reptielen, 31 maar mogelijk 43% van de amfibieën en 28% van de vissen uitgestorven.

Literatuur:

De natuur als uitvinder , miljarden jaren aan innovatie gratis beschikbaar / Y. Poelman (Natuur- en sterrenkundige, Bionica Centrum Groningen) 224 p. € 19,95

Versufte vogels /raamslachtoffers

Versufte vogels /raamslachtoffers: hoe te handelen

Auteur: Ruud Sterk, dierenarts in ruste,  zeer ervaren vogeldeskundige met operaties en behandelingen van legio wilde vogels.

Bron: www.vogeldagboek.nl

Bij raamslachtoffers moet  zo min mogelijk stress worden veroorzaakt. Doe zo’n versuft of zelfs bewusteloos diertje alleen maar in een grote afgesloten kartonnen doos (er is dan zuurstof genoeg) en zet hem in het donker. De meeste komen na enkele uren weer bij hun positieven: dan nog niets doen om shock en dus sterfte te voorkomen. Pas na zo’n 12 uur kan de vogel redelijk veilig onderzocht worden op traumata (gebroken vleugel o.i.d.).

Is de vogel verder niet gewond dan kun je hem veilig weer vrijlaten of verzorgen als er nog verschijnselen zijn van hersenbeschadiging. Als de vogel na een week nog steeds niet kan vliegen vanwege hersenbeschadiging, rest niets anders dan een vredig einde. In dertig jaar praktijk als dierenarts heb ik op deze manier vele vogels weer het luchtruim in kunnen laten gaan. Cliënten die voor een raamslachtoffer opbelden kregen ook dit advies. Als de vogel toch binnen die 12 uur overlijdt dan had een dierenarts of wie dan ook, niets kunnen doen om dit te voorkomen; vrijwel altijd is er dan sprake van onherstelbaar hersenletsel, dat op het moment van gebeuren niet vast te stellen is.

Dus: Rust en Donker en eerst Afwachten.
Vervelende voor mij was dat dit vrijwel altijd indruist tegen onze menselijke gevoelens om maar direct hulp te moeten verlenen. Mijn ervaring is dat daardoor juist onnodig meer vogels het loodje leggen. Ik kan het niet onderbouwen met wetenschappelijke cijfers, maar ben er uit ervaring wel van overtuigd.

Potgrond: welke of zelf maken?

Tuingrond
De naam is misleidend, want er zit geen grond in, maar bestaat uit een combinatie van veen (onverteerd organisch materiaal), boomschors en compost. Niet geschikt om in te planten, maar in sommige situaties bruikbaar als bodemverbeteraar.  De veenwinning heeft wel nadelen voor de natuur.
Zie Potgrond.

Potgrond
Potgrond wordt gemaakt om de vocht vasthoudende eigenschappen en het lage gewicht.

Gewone potgrond
Gewone potgrond bestaat uit tuinturf, kokosvezel (neemt beter vocht op dan turf en maakt de potgrond nog luchtiger) en al dan niet boomschors, rijstkaf, zand, kalk en meststoffen. De vezels zorgen voor behoud van vochtigheid en luchtigheid, hetgeen belangrijk is voor de plantenwortels.   Het zure karakter van veen maakt potgrond op basis van tuinturf vooral geschikt voor zeer zuur-minnende planten als rododendron en niet voor zuurgraad-neutrale of kalk-minnende planten.
Tuinturf wordt gewonnen uit veenmoerassen in met name Oost-Europa, Ierland en Zweden. Moerassen zijn het woongebied van veel  (vogel)soorten en om die reden raad de Britse vogelbescherming aan om potgrond te kopen waar geen turf inzit. Ook De Nationale Plantentuin van België in Meise roept plantenliefhebbers op om veenvrije potgrond te gebruiken. Nagenoeg alle potgrond die nu verkocht wordt, is gemaakt op basis van turf uit veengebieden. De meeste plantenliefhebbers beseffen echter volgens de Plantentuin niet dat ze meewerken aan de vernieling van de veengebieden, een van de uniekste en kwetsbaarste habitats van Europa. Tuinturf wordt gemaakt van de onderste laag veen wel tweeduizend jaar oud kan zijn en een opslag is van koolstof (belangrijk i.v.m. broeikaseffect), Het moeras wordt voor de winning ontwaterd en na verwijdering van de vegetatielaag en de laag veenmos komt het veen, op elkaar geperste resten dode planten,  bloot te liggen en wordt kruimelig doordat het kapot vriest. Veenmos is de bovenste twee cm van het veen en doordat weg te halen kan het moeras blijven bestaan. Overigens smelt bevroren veen in de permafrost door de stijging van de temperatuur op aarde, waardoor het vastgelegde koolstof als kooldioxide in de lucht komt. Daarbij ontwijkt uit het ontdooide veen ook het broeikasgas methaan (moerasgas, aardgas).   Indien voedsel wordt toegevoegd in vloeibare vorm of in de vorm van koemestkorrels en klei-mineralen kan potgrond meerdere jaren dienst doen als vocht vasthoudend groeimedium.

Biologische potgrond
Het merk Bio-kultura maakt potgrond op basis van veenmos, organische mest, boomschorscompost en kokos.

Zelf potgrond maken
Een klassiek basisrecept is 4 delen tuingrond (bij voorkeur zand-leem), 4 delen compost en 2 delen grofzand (scherpzand/rivierzand). Tuinier je al op zand, vervang dan het zand door bladaarde of kokos .  Ook voor een extra goed  mengsel om in te zaaien, kunnen aan de basissamenstelling kokosvezel of bladaarde worden toegevoegd. Voor extra voeding, vooral voorin potten en bakken wat organische mest toevoegen.

Bladaarde
Van bladeren kan prachtige grond worden gemaakt voor in potten of ter verbetering van de tuingrond. De bladaarde bevat veel humus wat de grond luchtig en langer vochtig houdt. Bladaarde bevat nauwelijks voedingsstoffen dus daarvoor moet gewone compost of mest worden toegevoegd. Bladeren zijn hoegenaamd vrij van onkruidzaden, laat staan wortelonkruiden en vormen wat dat betreft ook een goede basis voor een verbetering van de tuin. Belangrijk is dat de bladeren enigszins vochtig op een hoop worden gezet. Indien toevallig al voorhanden kan er wat kalk tussen worden gestrooid, maar dat is niet noodzakelijk. In een bos wordt er ook geen kalk gestrooid en ontstaan ook geen lagen oud blad. Ook niet onder eiken waarvan gezegd wordt ze slecht verteren.

Cocos-vezel
Compacte geperste blokken pure cocosbastvezel uit Sri Lanka.. Bevat van nature mineralen en voedingsstoffen voor ca. 6 weken. Uitstekende eigenschappen voor zaaien, stekken, planten, overpotten etc. in combinatie met scherpzand voor lucht. De blokken, formaat kleine baksteen, in een grote emmer doen en er 3 a4 liter (koud) water bij doen. Het blok zuigt zich binnen de kortste keren vol met water en er onstaat ca. 10 l aan rulle potaarde. Verkrijgbaar bij de Action voor ca. 0,8 euro per blok,  goed voor 10 liter. Ecostyle verkoopt ook cocosvezel als Coco-peat. Erg geschikt om in te zaaien en te stekken,om de grond vochthoudender en luchtiger te maken. Geschikt voor planten die een neutrale of licht basische  grond willen niet speciaal voor sterk zuur-minnende planten.

Gedicht

Het einde van de tuin is als compost

Waarin de bodemorganismen vrij bewegen

Waarin het leven van de vorm verlost

Al weer opzoek lijkt naar weer nieuwe wegen

Uit Kranskarwei door Rob Leopold

Wormentoren zelf maken

Een wormentoren is een composthoop voor mensen met alleen een balkon of dakterras of zelfs alleen een kelder, berging oid. Net zoals op een composthoop doen de wormen het werk om groente- en fruitafval om te zetten in waardevolle (gratis) vloeibare super compost die je als je het verdund met water heel goed kunt gebruiken als Pokon voor je kamerplantjes, balkonplanten of voor je moestuin. Naast de vloeibare compost blijft er zwarte aarde over die je prima kunt gebruiken als tuinaarde.

Een wormenbak is klein, reukloos en goedkoop en je draagt bij aan recycling van groenafval. Daarnaast is het fascinerend en ook erg leuk en leerzaam voor kinderen.

Nodig:
Minimaal 3 zwarte plastic bakken/emmers. De onderste is om eventueel overtollig vocht op te vangen, de bovenste is om versmateriaal in te doen en de middelste is tzt voor (bijna)verteerd materiaal van waaruit de wormen door de gaten naar de bovenste verse bak kruipen.

• 3 blokjes bv. kurken
• 1 plastic deksel oid
• Priem of houtboortje 3 a 10 mm
• Gesnipperd karton of herfstbladeren
• Groente- en fruitafval
• Compostwormen

Werkwijze
• Boor met de priem of de boor een stuk of 10 gaten in de onderkant
van 2 emmers.
• Leg een paar kurken in de emmer zonder gaten en plaats de emmers met gaatjes daar boven op. Het overtollig vocht wat zich hier kan verzamelen, wormen- percolaat, kun je 1:10 verdund met water aan je planten geven als vloeibare meststof.
• Maak in de bovenste emmer een 5 cm dikke start laag van gesnipperd
karton of bladeren. Maak deze laag vochtig.
• Voeg een laag groente- en fruitafval toe van ca. 5 cm
• Dek de bovenste emmer af met een deksel met daarin ook twee gaatjes
voor ventilatie.

Wacht 2 weken zodat het afvalmateriaal wat begint te rotten en voeg dan de compostwormen toe. Als de emmer bijna vol zit met afval zet er dan een lege emmer met gaatjes op en ga deze vervolgens vullen. In de winter is het voor de wormen fijn als er iets van isolatiemateriaal op/over de bak zit. Als het echt gaat vriezen haal dan de bak van je balkon binnen en plaats hem dan tijdelijk in je fietsenhok, gangkast of washok.

Wat lusten de wormen?


Zorg voor een combinatie van “groen afval” (stikstofrijk) en “bruin afval” (koolstofrijk). Hoe fijner hoe beter, vermijd dikke lagen van 1 soort afval.

Groen: Fruit- en groenteresten, aardappelschillen, mest van kleine planteneters zoals een cavia of konijn, kamerplanten, resten uit groente- en siertuin, snoeiafval (groen), stalmest, biologische snijbloemen, biologische citrus en bananenschillen.

Bruin: koffiedik en -filters, eierschalen, papier van de keukenrol, papieren zakdoeken en versnipperd karton, dode bladeren, notendoppen.

Niet geschikt voor de wormentoren:
Gekookte etensresten, botten, vlees, vis, vetten, olie, saus, zuivelproducten, katten- of hondenuitwerpselen, grote stukken brood en gebak, as uit de open haard of barbecue.

Voer je wormen in het begin vooral niet te veel. Ze kunnen heel lang doen over 1 kilo groenafval, dus begin met kleine beetjes en check om de paar week of ze al meer nodig hebben. De populatie wormen verdubbeld om de  3 maanden, dus als het goed is gaan je wormen steeds meer eten.

Als je je wormen goed voert dan gaan ze zich vanzelf voortplanten. Al na een paar maanden vind je coconnetjes in je wormenbak waar nieuwe wormen uit zullen groeien. Die kun je lekker laten zitten, of samen met wat volwassenen weggeven aan iemand anders die een wormenbak wil beginnen

Hoe kom ik aan wormen?
Niet elke worm is een goede compostfabriek. Alleen de rode mestworm is geschikt, en dat zijn niet de regenwormen die je normaal gesproken vindt in de Nederlandse klei. Compost wormen vind je in composthopen, op boerderijen in de mesthoop of je kan ze bestellen bij de ecohovenier 😉

Hoeveel wormen heb ik nodig?
Het aantal wormen dat je nodig hebt ligt uiteraard aan de grootte van je wormenbak en vooral aan hoeveel je ze denkt te gaan voeren. Ze eten ongeveer hun halve lichaamsgewicht per dag, dus 500 gram wormen heeft 2 dagen nodig voor 500 gram voedsel. Maar wormen wegen niet veel, dus 500 gram wormen is een hele berg! Reken uiteindelijk op rond de 1000 wormen in je bak om de GFT productie van een gezin met 4 personen aan te kunnen. In het begin zal je bak dus echt maar kleine beetjes GFT  aankunnen totdat ze zich gaan voortplanten.

Stinkt het niet?
Nee, het gaat niet stinken zolang je je wormen niet teveel voert. In dat geval ligt er rottend afval waar de wormen nog niet aan toekomen. Heb je toch het idee dat je iets ruikt, leg dan een natte krant onder de deksel van de bovenste bak, die vangt dan de luchtjes op.

Gebruikte bronnen: o.a. www.tuinenbalkon.nl

Gazononderhoud

Milieubelastend aan grasmaaien is het energiegebruik en de eventuele bemesting.

Energie: voor gazonoppervlakten tot ca. 100 m2 adviseer ik een handgrasmaaier. Goed voor de lichamelijke conditie en het milieu wordt niet belast met schadelijke verbrandingsgassen. Voor grotere gazons adviseer ik een elektrische maaier. Bij de elektriciteitsproductie komen minder schadelijke verbrandingsgassen vrij dan bij het maaien met een benzinemotor. Helemaal als u kiest voor zgn. groene elektriciteit op basis van winden zonne-energie (doen!). Verbrandingsgassen zijn zowel schadelijk voor het milieu als voor u. Als tweede keus geldt mijns inziens dus de benzinemotormaaier. Als u zo’n maaier al heeft is de meest schone keus het gebruik van Aspen-brandstof ipv loodvrije benzine. Aspen-benzine (www.aspen-benelux.nl). Behalve dat de brandstof veel gezonder is voor mens en milieu is hij ook beter voor de maaimachine. De eigenaar van de firma De Gazonmaaier aan de Rijksstraatweg ten zuiden van Haren vertelde me dat hij geen startproblemen meer had met maaiers nadat hij deze brandstof is gaan gebruiken en dat 40% van de kopers deze brandstof koopt omdat het beter is voor hun machine (60 % doet het voor de eigen gezondheid). Aspen kost zo’n 3,5 euro per liter. Ook geschikt voor andere motoren als motormaaiers, kettingzagen e.d..

Bemesting: door het gazon regelmatig op 3-4 cm hoogte te maaien is er niet teveel maaisel in een keer en kan het gewoon blijven liggen. Het maaisel wordt snel verteerd in de grasmat en voedt het gazon. Hierdoor is er eventueel alleen bekalking nodig ter bestrijding van mos. Als er toch maaisel wordt afgevoerd en er dus af en toe bemest moet worden om voldoende voeding in de grond te houden heeft gedroogde koemest de voorkeur boven kunstmest. De productie van kunstmest en het transport is erg schadelijk voor natuur ( mijnbouw) en milieu. Overigens biedt een gazon met wat weinig voeding in de grond meer perspectief voor leuke gazonplantjes.

Ecologisch onkruid bestrijden op verhardingen

Verhardingen onkruidvrijhouden zonder gif kan makkelijk. Voorkomen van onkruid is de meest effectieve methode en dat betekent  het voorkomen dan onkruid zich uitzaait (1 plantje geeft honderden zaden!). Veeg de verharding daarom vaak en bestrijd onkruid in een zo klein mogelijk stadium (hoe ouder hoe hardnekkiger/weerbaarder het is). Door de vegen zie je ook eerder of er kleine onkruidjes zijn ontkiemt.

Verhardingen vragen meer onderhoud dan vakken met bodembedekkers. Een reden temeer om terughoudend te zijn met de hoeveelheid versteend oppervlak.

Tegel- en klinkerbestrating:
Zijn de voegen niet gevuld: vul ze dan op, want in de voegen hoopt zich organisch materiaal op en zaden. De zaden ontkiemen dan diep en de kiemplanten zijn moeilijker te verwijderen.
Houdt de voeg zo compact/aangedrukt mogelijk dat gaat ontkieming tegen.

Bestrijd onkruid in voegen met een kleine voegen krabber (Wolfgarten heeft een hele prettige) of een voegen krabber op steel al dan niet met onkruidborstel. Krab zo dat de plant net onder de stengel wordt verwijderd, waardoor de plant meestal dood gaat en de voeg zoveel mogelijk gevuld blijft. Grotere oppervlakten zijn te behandelen door korte verhitting met een brander, welke de wortel laat zitten maar door herhaald gebruik de plant uitput. (NB de plant hoeft niet direct te verkolen, even de vlam over de plant is al voldoende om het bovengrondse deel te laten afsterven.)
Combineer een behandeling in uiterste geval desnoods met azijn (eerst vegen, onkruid beschadige en dan wat azijn, op een droge dag). Gebruik liever geen motorzeis trimmer met een nylondraadje want hierdoor krijg je microplastics in je tuin/de natuur.

Mos en algengroei op verharding kan je voorkomen door regelmatig vegen en bestrijden door te bezemen met scherp zand (gebruik geen bezem met plastic haren, want ook daarmee breng je microplastics in je tuin/de natuur), met een staalborstel, onkruidbrander. Gebruik liever geen hogedrukspuit (dit geeft veel troep in het plantvak naast de verharding en kost veel stroom en water).

Onkruidbestrijding in grind- en steenslag/split verharding:
Grind onkruidvrij maken zonder gif is lastiger dan tegelverharding, omdat er meer plekken zijn waar onkruid kan groeien. Regelmatig harken of vegen werkt het beste. Doe dat ook als je nog nauwelijks iets ziet groeien, want hoe ouder het onkruid hoe lastiger weg te harken.   Opgekomen onkruid verwijderen met krabber, hak, hand en eventueel onkruidbrander. Probeer te voorkomen dat er aarde en organisch materiaal als blad (= voeding) in de verharding komt/zich ophoopt. Dit laatste is moeilijk te voorkomen en hoewel grind mooi is, is het wat mij betreft te arbeidsintensief. NB Onkruiddoek werkt niet tegen onkruid wat er als zaad inwaait: de kiemplantjes weten de drainagegaatjes in het doek goed te benutten en groeien er zo door heen! Als je te lang wacht met onkruid uittrekken en het zit aan de rand van het grind, trek je zo het onkruiddoek omhoog en dan ligt het lelijk in het zicht en degradeert sneller onder invloed van UV straling, extreme temperaturen en betreding.

Dieren in de bestrating

Regenwormen zijn zeer nuttige dieren om plantaardig afval te verteren en ik heb ze graag, maar liever niet in de bestrating, omdat ze de bestrating ondergraven en met de uitgepoepte aarde een voedingsbodem creëren voor onkruidzaden. Je zou met het oog op regenwaterafvoer ze ook als nuttig kunnen zien, vanwege hun gangen die soms tot 1 1/2 m diep gaan. Ook mieren zijn zowel zeer nuttig (en interessant), maar kunnen met zijn allen de bestrating behoorlijk verstoren.

Slakkenbestrijden

Heel frustrerend is als je met veel moeite wat gezaaid of een zaailing geplant hebt die niet veel later slakkenvoer blijkt te zijn geworden! Wat te doen? (en wat niet)

Om te beginnen: maak onderscheid tussen de slakken die planten eten en slakken die dood plantmateriaal en of algen eten. Tot de eersten, “de schadelijke” behoren de verschillende soorten naaktslakken en de segrijnslak. Tot de tweede, “de onschadelijke”, behoren de andere huisjesslakken als tuinslak, heesterslak, boerenknoopje etc..

Wel doen:

– Slakkeneters het naar de zin maken. Slakkeneters zijn oa. egels, kikkers, padden, sommige vogels, spitsmuizen, loopkevers, duizendpoten… .

– Slakken vangen. Slakken zijn vooral actief bij schemer en vochtig weer in het groeiseizoen. De slakken ver weg brengen, over de sloot zetten dan wel –helaas- te doden door ze in een keer plat te slaan/stampen. L Controleer evt. ook dag-/winterschuilplekken op donkere beschutte plekjes achter stenen, potranden, plankjes..

– Biervallen: Heel effectief: slakken zijn er dol op en verdrinken erin. Gebruik bijvoorbeeld een grote glazen pot met afdakje tegen de regen of een plastic frisdrankflesje van bijv. 33 cl. Laat bij het flesje de dop erop zodat het niet vol kan lopen met regenwater. Snijd het flesje onder de hals rondom door op een scharnierplek van ca. 1cm na (dit is om de slakken makkelijk uit het flesje te krijgen na afloop). Snijd vanaf de doorgeknipte lijn een gat van ruim van ca. een cm.om de slakken ingang te verschaffen. Vul de pot of het flesje voor eenderde met bier. Graaf vervolgens het flesje tot maximaal de helft in (hierdoor lopen andere dieren niet in de val). Een alcoholpercentage van 2% is voldoende.

– Begin met slakken bestrijden in de late winter als de temperaturen oplopen en de eerste zaailingen opkomen. De eerste klap is een daalder waard.

Niet doen:

– Gif strooien. Gangbare middelen hebben als werkzame stof methaldehyde. De dode slakken worden door egels, kikkers, vogels ed. gegeten en worden ziek of overlijden zelfs. Escargot van Ecostyle heeft dat bezwaar niet, maar is naar mijn ervaring niet afdoende. De segrijnslakken gaan naar mijn waarneming na consumptie ook niet in een soort winterrust, maar eten nog dagen door en lijken ziek te worden.

– Slakken over de schutting werpen oid, want ze zijn snel weer terug!

 

Zuinig met water

Laat zo min mogelijk stukken grond kaal. Breng mulch aan van compost, tuinafval, om verdamping te verminderen.
Dek nieuwe zaaibedden af met een fijnmazige doek, om uitdrogen
tegen te gaan.
Zorg altijd voor genoeg organisch materiaal in de grond, zoals compost, bladaarde, zodat voldoende vocht kan worden vastgehouden.
Voor u water geeft, controleer dan eerst of het wel echt nodig is.
Voel hoe de bodem even onder de bovenlaag aanvoelt, is deze nog vochtig, blijft er grond aan de vingers hangen, dan is sproeien onnodig. Raadpleeg ook de buienradar en de website van het KNMI.
Geef selectief water, alleen die gewassen die het echt nodig hebben.
Graaf naast tomaten, pompoen, courgette en dergelijke plastic potjes of flesjes in die je regelmatig vult met water, dit zorgt voor water direct bij de wortels.
Geef niet midden op de dag water, want dan verdampt er direct ook weer veel en zouden er zelfs brandplekken op het blad kunnen ontstaan. Doe dit bij voorkeur vroeg in de ochtend, de planten hebben er dan nog dezelfde dag voordeel van.
Sproei zo min mogelijk op het blad, geef zo mogelijk water direct op de aarde. Vocht op het blad verdampt meestal voor een groot deel weer.
Sproei liever één keer lang, dan meerdere keren kort. Bij kort sproeien komt het water alleen in de bovenlaag en verdampt vrijwel gelijk weer.
Maar houdt ook rekening met de worteldiepte van de planten. Oppervlakkig wortelende gewassen (jonge plantjes!) moeten juist weer wel wat vaker water hebben.
Gebruik een regenmeter, om te registreren hoeveel water je geeft bij een sproeibeurt.
Schoffel na sproeien of een regenbui om de bovenlaag los te maken van de ondergrond, zodat het proces van verdamping uit de grond wordt tegengegaan.

Vergeet bij droogte ook de dieren niet.

Bij droog heet weer doe je de vogels in de tuin een groot plezier met hier en daar een bakje water om uit te drinken of in te badderen. Een vijvertje in de tuin is natuurlijk helemaal fantastisch. Leg ook af en toe wat fruit, bijvoorbeeld appels met lelijke plekjes, neer voor de merels.

Bloembollen en bestrijdingsmiddelen gebruik

PERSBERICHT Stichting Natuur en Milieu 26 mei 2010

Bestrijdingsmiddelengebruik neemt toe in Nederland

Waar de groentetelers het goed doen (daar nam het gebruik met 60 procent af) constateert het CBS extreme uitschieters in de bloemenen bollenteelt tot wel 100 kg per hectare (lelies).

Ook appelen perentelers doen het slechter dan in 2004, aldus de cijfers van het CBS. Nederland is hiermee nog steeds koploper in Europa (met België) in het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Het gebruik van giftige chemische bestrijdingsmiddelen is in 2008 gegroeid naar gemiddeld 6,8 kg per hectare, terwijl dit in 2004 nog 6,4 kg per hectare was (bron: CBS, 26 mei 2010)

Door het teveel aan gebruik van giftige chemische bestrijdingsmiddelen komt onder andere onze drinkwatervoorziening in gevaar. Chemische bestrijdingsmiddelen hebben ook een negatieve invloed op de biodiversiteit. De wilde bij en de honingbij hebben erg te lijden van bijvoorbeeld het bestrijdingsmiddel Imidacloprid. De bij is belangrijk omdat zij zorgt voor de bestuiving van allerlei gewassen, bloemen, planten, struiken en bomen.

Natuur en Milieu vindt dat er een eind moet komen aan de vrijwillige aanpak die uiteindelijk alleen maar tot vrijblijvendheid heeft geleid.

Akkerman: “Wij stellen voor dat minister Verburg van LNV op drie punten actie onderneemt.
Eén: stuur onafhankelijke voorlichters op pad die de boeren stimuleren om hun teelt te verduurzamen.
Twee: EU-subsidies zouden alleen nog toegekend moeten worden aan boeren en tuinders die duurzaam telen.
Drie: stel wettelijke eisen die ervoor zorgen dat er geen giftige bestrijdingsmiddelen meer worden gebruikt.”

Publicatiedatum: 26-05-2010

Verlichting in de tuin

Platform Lichthinder heeft een folder gemaakt met tips over het toepassen van tuinverlichting. Het komt vaak voor dat verkeerd afgestelde lampen voor hinder zorgen bij buren, of onnodig branden. De folder geeft praktische richtlijnen en laat zien hoe eenvoudig het is om verantwoord te verlichten.

qqq volgt nog >> de folder (kleine pdf, 424 KB)

Plastic-soep ook door tuinieren!

De omvang van de plasticsoep wordt geschat op een half procent tot acht procent van de oceaan. 700.000 -15.000.000 km2 (tientallen x Nederland). Tachtig procent van de vervuiling komt van het land, en circa twintig procent van schepen). Via het riool komen plasticdeeltjes in het oppervlakte water en gaan dan naar zee. Ik vrees dat de plasticvervuiling zo goed als niet te stoppen is en dat we onze hoop moeten vestigen op schimmels en bacteriën. Recent onderzoek bij De Universiteit Utrecht en Livin Studio biedt hoop, maar dan wel voor verzameld plastic in een gecontroleerde situatie. Voor de mensen die zich medeverantwoordelijk voelen voor de vergiftiging van onze leefwereld de volgende aandachtspunten:

Microplastics welke kunnen ontstaan bij het tuinieren:
-(S)trimmers en bosmaaiers met plasticdraadjes die afslijten
-Plastic bezems en harken slijten (alternatief houten bezem)
-Plastic binddraad en bordjes aan planten welke in de bodem belanden en uiteenvallen door temperatuur

-Graszoden worden soms verkocht met “netting” een dun plastic gaas wat mee de grond in gaat;
-Slijtage/rafels van onkruiddoek (wat overigens helemaal geen onkruidwortels tegen houdt en daardoor aan de randen bij het wieden omhoog getrokken wordt en lelijk zichtbaar )
-Vetbol -en pindanetjes en allerhande plastic draad en kunststof frutsels aan kransen e.d.
-Kunststofhandschoenen;
-Plastic wat over de bestrating wordt getrokken en slijt als plastic manden, stoelen, emmers;
-Zagen en boren in plastic als gerecyclede palen (alternatief zaagsel binnen opvangen en afvoeren)

Informatie over plasticsoep op Wikipedia

Effect op het leven
De drijvende plasticdeeltjes lijken sterk op zoöplankton, waardoor ze vaak worden opgegeten door kwallen of vissen die op grotere dieptes leven en ’s nachts aan de oppervlakte voedsel zoeken. Op die manier komen ze in de voedselketen terecht. In monsters genomen in 2001 bleek de concentratie plasticdeeltjes in de soep groter te zijn dan de concentratie zoöplankton. Veel plasticdeeltjes komen via de voedselketen terecht in de magen van vogels en dieren, waaronder zeeschildpadden en de albatros. De gevolgen hiervan verschillen van vergiftiging, een verstopte maag tot verstoring van de hormoonhuishouding bij deze dieren. Australische wetenschappers voorspellen dat in 2050 99% van de alle soorten zeevogels problemen hebben met zwerfplastic (PNAS 31 aug. 2015).
Wetenschappers maken zich in toenemende mate zorgen om microplastics. Deze kleine stukjes plastic, soms zo klein dat ze met het blote oog niet te zien zijn, zijn verwerkt in tientallen verzorgingsproducten. Vissen kunnen vaak het onderscheid niet maken tussen voedsel en microplastics. Ook plankton en schelpdieren krijgen microplastics binnen. Giftige stoffen hechten zich gemakkelijk aan plastic en komen zo in het lichaam van dieren terecht. Gevreesd wordt dat die gifstoffen zich ophopen in de voedselketen. Als mensen vis eten, bestaat dus het risico dat we gifstoffen binnen krijgen.
Meer info/ actie: www.plasticsoupfoundation.org

Lavendel gebruiken

Lavendel wordt het meest gebruikt voor geurzakjes, potpourri’s en cosmetische artikelen, maar de bloemen zijn ook geschikt om culinair te verwerken. Bijvoorbeeld in jam, ijs en gebak.


Recept voor ca 250 g. Lavendelkoekjes

Ingrediënten:
140 g zelfrijzend bakmeel
100g (room)boter, plus wat extra om bakplaat in te vetten
80 g suiker
2tl fijngemaakte verse lavendelbloemen  dan wel 1 tl gedroogde

Werkwijze:
-Oven voorverwarmen op 180 graden
-Boter en suiker mengen in een kom
-Voeg meel toe en kneed tot het niet meer plakt
-Bestuif het aanrecht met wat meel
-Rol het deeg uit tot een plak van 4 mm dik
-Strooi de lavendelbloemen over de deegplak en rol ze licht in met de deegroller
-Druk met een vormpje koekjes uit het deeg
-Leg de koekjes op een ingevette bakplaat
-Bak de koekjes goudbruin in 15-20 minuten.

Bron: Groei&bloei juli 2007

IJsvrijhouder vijver

Als het langdurig door vriest is het voor vijverbezitters van belang om een wak in het water te houden. Doe dat niet met een bijl want de schokgolven zijn zeer schadelijk voor vissen en misschien ook andere beesten.

In een natuurlijke poel vindt gasuitwisseling plaats via de bodem en het grondwater. In een folievijver kan deze gasuitwisseling niet. Onderwater groeiende planten kunnen als de ijslaag niet te dik is en er geen sneeuw op het ijs ligt nog wat zuurstof produceren. Bij een te hoog niveau aan schadelijke gassen en een tekort aan zuurstof sterven kikkers en salamanders. Vissen kunnen wat meer hebben.

Koop anderhalve plaat piepschuim/ tempex 50×100 cm en 5 cm dik.
De twee onderste 50 x 50 cm hebben een groot gat van 30×30 cm
De derde laag (50 x 50) heeft een gat van 20×20 cm.
Schroef de platen in de hoeken aan elkaar.
De deksel maak je van de uitgesneden ronding (30 x 30) van 1 de onderste twee platen en die zet je met 1 spijker in de hoek vast boven het 20 x 20 gat van de derde laag zodat je hem weg kan draaien. Zo kun je het wak controleren en zorgen dat de lucht regelmatig ververst.
Alleen bij strenge vorst komt er hooguit een dun ijslaagje op het wak dat je gemakkelijk met een stokje kunt openhouden.

U kunt de ijsvrijhouder ook kant-en-klaar bij mij bestellen.

Vlinders redden in de winter

Vlinders redden
Kleine vossen en dagpauwogen overwinteren als volwassen vlinder graag in schuren en huizen. Grootste bedreiging is dat ze uitdrogen of door fysieke verstoring en/of de warmte te vroeg aktief worden.  Zet ze daarom voorzichtig op een betere plek als dat nodig is.  De vlinder bij het lijf aan de vleugelbasis op pakken of door de vleugels te klemmen tussen wijsen middelvinger. Breng ze naar een (kap)schuur of berging of evt. onverwarmde ruimte in huis. Buiten is de kou niet zozeer het probleem, maar meer dat ze niet in contact moeten komen met winterse neerslag. Het beste kan de evacuatie ’s avonds plaatsvinden, dan hebben de vlinders de minste neiging om actief te worden. Zet ze op een wat ruw oppervlak  waaraan ze zich vast kunnen pakken en waar niet teveel spinnen en spinnenwebben in de buurt zijn.

Actieve wintervlinders
Er is een aantal vlinders die gedurende de winter actief blijft. In nachten dat de temperatuur niet te ver onder nul komt, gaan deze nog op pad om voedsel te vinden. Klimop is een van de weinige planten die nu nog bloeit en daarop kun je deze vlinders vinden. Een heel opvallende en algemene soort is de agaatvlinder. De vlinder heeft een karakteristieke geplooide rand en is groot en prachtig gekleurd. Hij komt overal in Nederland voor en is tot begin december te vinden. Zelfs midden in de winter wordt de soort nog wel eens aangetroffen.

Agaatvlinder op bloeiende klimop
Agaatvlinder op bloeiende klimop

De afgelopen weken was het al druk op de klimop. Veel zweefvliegen, bijen en wespen maakten dankbaar gebruik van de rijkelijk gevulde dis. Inmiddels is het flink kouder geworden en veel insecten zijn nu verdwenen. Voor een deel zijn ze dood en voor een deel zijn ze in overwintering gegaan en dan hebben ze ook geen voedsel meer nodig.

Zwartvlekwinteruil

Ook de zwartvlekwinteruil is vanaf nu te vinden en momenteel heb je op klimop nog een goede kans om de soort te zien te krijgen. Hij vliegt van oktober tot eind april in één generatie. Als het niet te hard vriest blijven de vlinders de hele winter actief. Ze komen matig op licht af, bezoeken bloemen en fruit en worden ook aangetrokken door sap van bloedende bomen. Je kunt ze nu nog vinden op de laatste bloeiende klimop. Soms worden vlinders rustend tussen opgestapelde oude dakpannen of houtblokken aangetroffen. Als de laatste klimop ook is uitgebloeid wordt het moeilijker om vlinders te vinden.

Met dank aan Kars Veling, De Vlinderstichting

Kerstbomen

Een “echte” of een kunstboom?
Overwegingen en verzorgtips.

Kunstkerstboom
Gemiddeld wordt een kunstkerstboom zes jaar gebruikt, daarna gaat hij naar het afval, terwijl hij bijna levenslang dienst zou kunnen doen. Milieu Centraal, de onafhankelijke keuringsdienst van de Rijksoverheid, gaat ervan uit dat een kunstkerstboom minimaal 9-17 jaar (afhankelijk van het type) gebruikt moet worden om een even grote milieubelasting te geven als een eenmalig gebruikte echte boom.

Echte boom
Als de boom eenmalig gebruikt wordt is het beter voor het milieu om een boom zonder kluit te kopen. Wil je de boom later in je eigen tuin zetten of is het een “leenboom” (zie onder) koop dan een boom met een grote, vochtige kluit. Het beste is een boom die in de pot is opgekweekt vaak te zien aan de wortels die door de onderkant van de pot groeien. Nordmannsparren overleven de verplaatsing meestal niet in tegenstelling tot veel fijnsparren, blauwsparren en vooral Koreaanse sparren. Een alternatief is een dwergspar (Picea glauca Conica) of dwergconifeer. Deze zijn bij de aanschaf wat duurder, maar ze zijn erg sterk, kunnen  jaren meegaan in een pot of kleine tuin of op balkon.
Nordmannsparren zijn trouwens duurder dan andere kerstbomen , omdat ze langzamer groeien. Een boom van 2 m is 11-13 jaar oud. Kweek vind veel plaats in het Sauerland en Denemarken. Oorspronkelijk komt deze soort uit het Kaukasus gebergte van Georgie waar de bomen 60 m hoog en 500 jr oud kunnen worden.

Verzorging binnen
Zet de boom liever niet naast de verwarming en geef regelmatig water. Je kunt de luchtvochtigheid rond de boom vergroten door een bakje water eronder te zetten. Laat de boom liefst wennen/acclimatiseren op een “tussenplek” bij de verhuizing van buiten naar binnen en omgekeerd.
Met dank aan Velt,  tijdschrift Seizoenen

Bewaren tot volgend jaar
Een kerstboom kan terecht in eigen tuin, liefst in lichte schaduw of in een kerstbomenasiel. In Groningen is “Tuin in de stad” daarmee aktief.
Tuinindestad kan dit jaarlijks zo’n 250 adoptiebomen leveren. De voorraad wordt aangevuld met de kerstbomen van Jaap Bolhuis (uit Haren). Scheelt een stuk in transportkilometers (veel kerstbomen in Nederland worden geïmporteerd uit Denemarken of nog verder weg).

De kosten waren in 2013, afhankelijk van de grootte van de boom, 15 tot 30 euro. Overige kosten statiegeld: 10 euro , bezorgen of ophalen: 5 euro (binnen de stad), 10 euro (buiten de stad).

Ontdek de tuin bij nacht!

De nacht kan een tijd zijn vol sprookjesachtige serene schoonheid, een tijd van verstilling, verwondering en genieten! Sterrenkundigen en natuurorganisaties organiseren daarom jaarlijks activiteiten in oktober tijdens “De Nacht van de nacht”. www.nachtvandenacht.nl

Ook in de eigen tuin kan genoten worden van de kwaliteiten van de nacht, waarvan de volgende fragment getuigd uit het boek: Het geluk van de tuin/ Pieter Verhagen, 1945

“Onze werkdag wordt door dageraad en avondschemering passend omlijst. In de avond daalt ontspanning als een soort late wijsheid over ons. We kunnen een ogenblik met rustige sereniteit weer aanschouwen. Ik begrijp alleen niet goed waar de spanning van de dag vandaan komt. Het klare ochtendlicht is er ver van af, de dag lijkt erin te groeien, ongemerkt. Met werken heeft het niet te maken. Ook op luie dagen maakt de avond ons los van allerlei zwakbewuste verbintenissen, misschien ook bekommernissen en bezinkt er een serene dankbaarheid in ons gemoed. De mijmering verstilt, het geheugen verbleekt, het willen en dringen vertraagt. Wij berusten en geven ons over. Zo wordt de nacht en zijn leegten bij ons ingeleid.

Op gezette tijden verkeert dit weer in een wondere wereld van het maanlicht. Shakespeare spreekt ergens van het maanlicht dat slaapt op de bladeren. Je stelt je een maannacht stil en onbewogen voor. Een maannacht met jagende wolken voor langs de maan en druisende winden door takken en straten blijft door al die geluiden en beweging aan de dag verwant. Hij is een bleke uitgave van de dag en mist juist het wonderlijke. De stille maannachten zijn de ware. Alles staat in een strakke maar broze, angstig breekbare gespannenheid, en je verwacht, verlangt elk ogenblik een geluid, dat alles zal ontspannen, maar dat uitblijft. Er zijn niets dan de ritselingen van de stilte te horen. Je wandelt in een wereld waarin een spanning van de natuur lijkt blootgekomen, die overdag diep bedolven en overwoekerd wordt door het voortstuwende gedrang van al wat groeit. Die stuwende stromen van kiemen en uitlopen en bloeien, die overdag ons oog vangen, lijken gestild, een geheimzinnige spanning als van een ragdunne snaar ligt open. Soms breekt de roep van een héél verre vogel de stilte, losse geluiden komen versterkt over; maar de spanning blijft. Met al het luisteren en kijken naar de vervreemde en toch welbekende dingen blijft het een wantrouwend afwachten van iets wat niet komt. Onvervuld lijkt de tijd te verstrijken over een verstarde, betoverde wereld.

De volgende morgen is alles weer bij het oude; alleen wil het weleens dat je in de vroegte, nog rillerig door de tuin lopend, de fijne berijping van het gras en de bladen op de grond ziet, en deze laatste sporen van de maannacht begrijpt, als een soort uitgekristalliseerd maanlicht. (…)

In de vage schemeringen van gewone nachten (‘aarde’-donker is het maar zelden) is het ook weleens aardig door de tuin te lopen, letterlijk voetje voor voetje, want je loopt op het tastgevoel van je voeten, die je ogen nu vóór zijn. Je herkent maar moeilijk een punt of een bloempol, maar ruikt des te scherper de heerlijke aroma’s en geuren van het jaargetij.
Hoog over klinkt klagelijk vogelgefluit van overtrekkers, of dichtbij murmelt een vogel een zachte kreet, of een korte strofe, als dromend. Na de indrukken waarmee de dag ons overstroomt, maken ons deze enkele onzekere geluiden vertederd en week. Wij horen er opborrelingen in uit een verborgen leven van een weldadige harmonie, waar wij even iets van mogen meemaken.”

___
ochtend schemer
geleidelijk wordt het gras
weer groen 

Max Verhart

___
Koude herfstnacht

Een vlucht ganzen trekt zuidwaarts
Op naar gastvrij land? 

Lichtende wolken
Snellen door duistere nacht
Ik sta er, verstild

Michiel Coesèl