Tuintips

31 berichten

Ecologisch onkruid bestrijden in beplanting

  1. Wat is onkruid?
  2. De waarde van onkruid
  3. Onkruid ecologisch bestrijden
  4. Onkruid voorkomen

 

  1. Wat is onkruid?

Onkruid is een plant op de verkeerde plaats op een verkeerd moment. Alle soorten planten kunnen onkruid zijn! Zo is een aardappelplant onkruid op een maisakker (knol van de aardappelteelt van vorig jaar is uitgelopen) en zo zijn er planten in de tuin die als klein groepje leuk is, maar zich zo vermeerderen en de tuin gaan overheersen dat het onkruid is geworden.

  1. De waarde van onkruid
  • Onkruid is voedsel voor insecten, welke weer voedsel zijn voor andere beesten als vogels, kikkers, egels (NB met name de inheemse planten leveren insectenvoedsel);
  • Onkruid beschermt de bodem tegen uitdroging, haalt mineralen uit diepere grond naar boven, produceert zuurstof, zuivert de lucht, houdt fijnstof vast, biedt een schuilplek voor beestjes;
  • Onkruid kan een medicijn zijn: vingerhoedskruid wordt gebruikt bij hartritme stoornissen, valeriaan ter kalmering, taxus bij kankerbestrijding
  • Onkruid bezit nuttige technieken en eigenschappen die gekopieerd  worden: planten en dieren hebben deze in de loop van vele miljoenen jaren evolutie ontwikkeld. Er is zelfs een vakgebied naar genoemd:  Bionica ook wel biometica geheten.  Zo is klittenkruid afgekeken van de klis met zijn klittenbollen en  de waterafstotend van Lotusbloem voor waterafstotende materialen (lees voor meer voorbeelden het boek De natuur als uitvinder , miljarden jaren aan innovatie gratis beschikbaar / Y. Poelman (Natuur- en sterrenkundige, Bionica Centrum Groningen).
  1. Onkruid ecologisch bestrijden:
  • Licht ontnemen. Planten halen energie uit zonlicht, door dit weg te nemen kan je ze uitputten. Ze kunnen alleen een tijdje overleven door reserve energie in wortel en stengel. Methoden om het licht te ontnemen: planten onderspitten of bedekken met  (landbouw)folie (afhankelijk van de hoeveelheid energie in de wortel moet dit een of meerdere groeiseizoenen blijven liggen).  Een andere methode is door lichtconcurrentie door hoger wordende struiken/bomen (je verandert dan het groeimilieu).
  • Wieden. Spreekt voor zich, maar aandachtspunt is om er “bovenop te zitten”: geef het onkruid geen enkele kans uit te lopen, laat staan uit te zaaien, want dan wordt het dweilen met de kraan open (1 enkele plant kan 300-40.000 zaden=nieuwe planten maken! Per jaar ook nog eens. De zaden kunnen daarbij (vele) jaren kiemkrachtig blijven. Probeer wortelstengels zoveel mogelijk te verwijderen, des te sneller is de plant uitgeput. Let ook op onkruid wat tussen of onder gewenste tuinplanten staat en waarvandaan het een “bron” kan worden voor nieuwe onkruidplanten in je tuin! Na een paar keer het plantvak intensief bekeken en gewied te hebben (je ziet snel iets over het hoofd als je er 1 x doorheen gaat) is het raadzaam na een paar weken/maanden nog eens de boel te controleren. Ik maak daarvoor een herinneringsnotitie in mijn agenda);
  • Beschadigen: door planten te beschadigen kunnen schimmels, virussen, bacteriën de plant binnendringen en (ernstig) verzwakken. Insecten slaan dan ook makkelijker toe, zodat de plant niet toekomt aan het maken van veel en sterke nakomelingen.

 

Onkruid voorkomen

Onkruid komt via allerlei manieren naar je tuin. Deels kan je daar niks tegen doen als de wind, uit de vacht van dieren, door vogelpoep, maar ook deels via wegen waar je wel invloed op hebt:

  1. Meeliften in de wortelkluit van tuinplanten van vrienden. In grond/aarde kunnen veel zaden (jarenlang )  liggen te wachten op ontkieming en kunnen ook stukjes onkruidwortel zitten die kunnen uitlopen. Schoonspoelen/ -kloppen van de kluit kan je toepassen om de “verstekelingen” kwijt te raken.  Nadeel is overigens dan wel dat je  daarmee ook de wortels beschadigt van de gewenste tuinplant en het aanslaan op de nieuwe plek bemoeilijkt;
  2. Verkeerde aanplant: zevenblad is door de Romeinen en kloosterlingen opzettelijk aangeplant als voedsel en  tuinbezitters die de plant mooi zagen bloeien hebben de tuin uit de berm in hun tuin gezet. Dus: weet wat wat je aanplant. Zeker kleine uitzaaiers laten zich moeilijk intoom houden.
  3. Ondergrondse groei: Wortelstokken (Japanse duizendknoop, bamboe, trompetklimmer etc.) Let op: door sterke snoei kan een plant geprikkeld worden ondergronds elders zijn heil te zoeken en verderop in de tuin uit te lopen! Vluchtgedrag.
  4. Bovengronds: takken die de grond raken en wortelschieten (zogenaamde afleggers). Voorbeelden: braam, kruipende boterbloem, kruipend zenegroen etc. ;
  5. Vogelvoer: de diverse zaden kunnen tot ontkieming komen: soms gewenst soms ook niet.
  6. Onkruid in de natuur De natuur heeft ernstig te lijden onder invasieve exoten. Gooi geen tuin- en vijverplanten in berm, bos of sloot. Ook geen schijnbaar schone aarde of water met zaden erin dus.  Zie ook artikel: Heemplanten zijn heeeel belangrijk!

 

 

 

 

 

 

Ecologisch onkruid bestrijden op verhardingen

Verhardingen onkruidvrijhouden zonder gif kan makkelijk. Voorkomen van onkruid is de meest effectieve methode en dat betekent  het voorkomen dan onkruid zich uitzaait (1 plantje geeft honderden zaden!). Veeg de verharding daarom vaak en bestrijd onkruid in een zo klein mogelijk stadium (hoe ouder hoe hardnekkiger/weerbaarder het is). Door de vegen zie je ook eerder of er kleine onkruidjes zijn ontkiemt.

Verhardingen vragen meer onderhoud dan vakken met bodembedekkers. Een reden temeer om terughoudend te zijn met de hoeveelheid versteend oppervlak.

Tegel- en klinkerbestrating:
Zijn de voegen niet gevuld: vul ze dan op, want in de voegen hoopt zich organisch materiaal op en zaden. De zaden ontkiemen dan diep en de kiemplanten zijn moeilijker te verwijderen.
Houdt de voeg zo compact/aangedrukt mogelijk dat gaat ontkieming tegen.

Bestrijd onkruid in voegen met een kleine voegen krabber (Wolfgarten heeft een hele prettige) of een voegen krabber op steel al dan niet met onkruidborstel. Krab zo dat de plant net onder de stengel wordt verwijderd, waardoor de plant meestal dood gaat en de voeg zoveel mogelijk gevuld blijft. Grotere oppervlakten zijn te behandelen door korte verhitting met een brander, welke de wortel laat zitten maar door herhaald gebruik de plant uitput. (NB de plant hoeft niet direct te verkolen, even de vlam over de plant is al voldoende om het bovengrondse deel te laten afsterven.)
Combineer een behandeling in uiterste geval desnoods met azijn (eerst vegen, onkruid beschadigen en dan wat azijn, op een droge dag). Gebruik liever geen trimmer of motorzeis/bosmaaier met een nylondraadje want hierdoor krijg je microplastics in je tuin/de natuur.

Mos en algengroei op verharding kan je voorkomen door regelmatig vegen en bestrijden door te bezemen met scherp zand (gebruik geen bezem met plastic haren, want ook daarmee breng je microplastics in je tuin/de natuur), met een staalborstel, onkruidbrander. Gebruik liever geen hogedrukspuit (dit geeft veel troep in het plantvak naast de verharding en kost veel stroom en water).

Onkruidbestrijding in grind- en steenslag/split verharding:
Grind onkruidvrij maken zonder gif is lastiger dan tegelverharding, omdat er meer plekken zijn waar onkruid kan groeien. Regelmatig harken of vegen werkt het beste. Doe dat ook als je nog nauwelijks iets ziet groeien, want hoe ouder het onkruid hoe lastiger weg te harken.   Opgekomen onkruid verwijderen met krabber, hak, hand en eventueel onkruidbrander. Probeer te voorkomen dat er aarde en organisch materiaal als blad (= voeding) in de verharding komt/zich ophoopt. Dit laatste is moeilijk te voorkomen en hoewel grind mooi is, is het wat mij betreft te arbeidsintensief. NB Onkruiddoek werkt niet tegen onkruid wat er als zaad inwaait: de kiemplantjes weten de drainagegaatjes in het doek goed te benutten en groeien er zo door heen! Als je te lang wacht met onkruid uittrekken en het zit aan de rand van het grind, trek je zo het onkruiddoek omhoog en dan ligt het lelijk in het zicht en degradeert sneller onder invloed van UV straling, extreme temperaturen en betreding. Plantenvoeding tussen het grind ontstaat door inwaai van blad/stof en grond via schoenen, autobanden etc.

Onkruidvorming in split gevolgd in de tijd.

Dieren in de bestrating

Regenwormen zijn zeer nuttige dieren om plantaardig afval te verteren en ik heb ze graag, maar liever niet in de bestrating, omdat ze de bestrating ondergraven en met de uitgepoepte aarde een voedingsbodem creëren voor onkruidzaden. Je zou met het oog op regenwaterafvoer ze ook als nuttig kunnen zien, vanwege hun gangen die soms tot 1 1/2 m diep gaan. Ook mieren zijn zowel zeer nuttig (en interessant), maar kunnen met zijn allen de bestrating behoorlijk verstoren.

Uw tuin een “natuurreservaat”!

Door verstedelijking en intensivering van de landbouw staat de Nederlandse natuur zwaar onder druk en worden particuliere tuinen steeds belangrijker worden voor het behoud van soorten. Tuinen vormen bij elkaar opgeteld een enorm oppervlak. Het radioprogramma Vroege vogels (Radio 1 zondagochtend tussen 07-10 u) heeft een scorelijst gemaakt hoe tuinen een bijdrage kunnen leveren aan de natuur. Bij voldoende score kan de tuin het predicaat “Tuinreservaat” krijgen.

De kenmerken van een Tuinreservaat (aangevuld en bewerkt door Michiel Coesèl)

1. Bestrating: Beperk zo mogelijk het oppervlak bestrating om zoveel mogelijk ruimte te geven aan plantjes en beestjes. Bestrating aanleggen is bovendien duur en onderhoud intensiever – als je geen gif gebruikt- dan beplanting.
2. Plantenkeuze, plant planten, struiken en bomen met vruchten, noten en bloemen die insecten, vogels en vlinders lokken. Kies zoveel mogelijk voor beplanting uit de omgeving/Nederland (zie Tip/Artikel 9: Voordelen van Inheemse planten) Betrek planten die onbespoten zijn van buren, markten/leden van volkstuinvereniging, biologische kwekers.
3. Vijver: Een natuurlijke vijver met geleidelijk aflopende oever tbv egels of een andere badder en drinkgelegenheid voor oa. vogels
4. Gevels-daken: vergroen ook gevels met klimplanten of struiken en daken. Struiken met doornen bieden goede nestelgelegenheid ivm bescherming tegen katten.
5. Erfscheiding: Maak een levende haag van struiken of klimop tegen gaas. Gebruik voor een schutting (en pergola etc.) geen tropisch of geïmpregneerd hout maar inlands hout als kastanje of lariks. Zorg voor een egelpassage.
6. Bestrijdingsmiddelen. Er worden geen schadelijke bestrijdingsmiddelen gebruikt
7. Vogelnesten: vooraf aan snoeien kijken of er niet gebroed wordt
8. Groenafval wordt in de tuin verwerkt op een composthoop en/of takkenril als schuilgelegenheid voor dieren en voedselvoorziening voor beestjes en paddenstoelen. Dit bespaart ook onnodig transport(energie) met afval dat grotendeels uit water bestaat. Eigen compost is van gegarandeerde kwaliteit en is geschikt voor in potten en onder planten die veel voeding nodig hebben als bessenstruiken en rozen. Mooi hout verdient een opvallende plek in de tuin en kan daarbij ook dienen als insectenhotel.
9. Blad. Laat, indien niet storend, bladeren en ander afgestorven plantenmateriaal liggen als bescherming en voeding van de bodem/vaste planten. Vogels weten de kleine diertjes die het materiaal fijnmaken en verteren ook te waarderen! Het blad moet niet een dikke afsluitende deken op de planten geven.
10. Nestkasten: Zorg voor nestkastjes of verblijfplaatsen (rustige hoekjes die zo min mogelijk verstoord worden) voor vogels (nestelen graag in doornige dichte struiken!), zoogdieren en insecten
11. Hergebruik: Zorg voor zoveel mogelijk hergebruik van steenachtige materialen en grond. Het maakt de tuin vaak interessanter en spaart fossiele energie en kosten aan transport.
12. Plastic: Voorkom dat plastic in uw tuin komt via plasticbezems, bindmaterialen, strimmers en dergelijke. Zie ook Tip/Artikel 14 Plastic soep ook door tuinieren!
13. Regenwater: Vang regenwater op in een regenton en/of leidt het naar een laag gedeelte in de tuin ten behoeve van ons drinkwater en om riooloverstort op het oppervlakte water te voorkomen/rioolkosten omlaag te brengen.
14. Eetbare planten: Plant ook eetbare gewassen aan: lekker en verser/rijper/lokaler kan niet.
15. Potgrond: maak zelf potgrond van 2/3 zandige tuingrond en 1/3 compost (of evt. cocopeat/cocosvezel.  De Action verkoopt in het voorjaar geperste blokken cocosvezel die in wat koudwater opzwellen). Gewone potgrond en tuinaarde (bevat geen aarde/grond!) bevat veel veen uit waardevolle veennatuurgebieden. Het zijn vooral vochtvasthouders en bevatten erg weinig voeding (alleen voor de eerste drie maanden). De aanduiding biologisch op veel zakken geeft het product onterecht een mooi imago.

Wonen in een groene omgeving is gezond!

De kans dat bewoners zich gezond voelen is in een groene woonomgeving is  1,5 keer zo groot als in stenige woonomgevingen. Hierbij zijn wijken vergeleken met een zelfde woningprijsklasse en leeftijdsopbouw etc. De aanwezigheid van groen zorgt o.a. voor 25% minder depressies, 15% minder nekklachten, 15% minder migraine en ernstige hoofdpijn en 23% minder astma/COPD.

Wetenschappelijk bewijs dat natuur bij huis goed is voor de gezondheid komt onder andere voort uit onderzoek van Drs. J. Maas (Universiteit Utrecht).

Waarom is “groen”gezonder?

Groen tegen oververhitting

Steden warmen sneller op dan minder dicht bebouwde gebieden, omdat steen veel hitte opneemt. Bebouwing creëert bovendien een beschutte omgeving waardoor het moeilijker wordt om de opgebouwde warmte kwijt te raken. Zo ontstaat wat internationaal het Urban Heat Island wordt genoemd. Voor sommigen ongerieflijk, voor anderen ronduit gevaarlijk, want kwetsbare groepen lopen tijdens extreem warme perioden meer kans op ziekte of overlijden.
Groen verlaagt de temperatuur in de stad; oppervlakken met planten warmen minder snel op en houden minder warmte vast. Waterdamp vanuit planten koelt de lucht. Bovendien hebben groene daken een koude- en warmte-isolerende werking. Dit zorgt voor een beter binnenklimaat en de besparing op verwarming of airconditioning heeft een positieve effect op de stedelijke CO2 uitstoot. Zoals planten dat zelf ook al hebben, aangezien ze CO2 binden.

Groen tegen geluidsoverlast

Geluiden worden verzacht en geabsorbeerd door  groen. Groene gevels en daken kunnen geluid belangrijk reduceren. Vergelijk de weerkaatsing van geluid in een lege (bad-)kamer of in een ingerichte woning,

 

 

 

Groen tegen fijn stof

Luchtverontreiniging zoals stikstofoxide en fijnstof geeft gezondheidsklachten. Bomen en hagen langs wegen kunnen 15 tot 20% van de stofdeeltjes afvangen. Een boom van 50 cm dik kan per jaar ongeveer 500 gram fijn stof afvangen. Dit compenseert circa 7.500 jaarlijks gereden autokilometers. Recent onderzoek door Rob McKenzie van de University of Birmingham geeft aan dat gevelgroen beter werkt dan straatbomen, omdat de laatste het wegwaaien van vuile lucht hinderen –de vuile lucht blijft langer hangenwat zeer contraproductief werkt. Bron: Rapport Schone lucht, groen en de luchtkwaliteit in de stad, Royal Haskoning/Gem.Tilburg, 2013

Groen tegen stress

“Groen grijpt je aandacht zonder er moeite voor te hoeven doen. Het leidt je af van de dagelijkse stress. Je komt tot rust.” Promotie onderzoek J.Maas Universiteit Utrecht. Zelfs foto’s van groen blijken al spanning verlagend te werken t.o.v. foto’s van de stad.

 

 

Groen en binnenmilieu (woning, kantoorklimaat)

Interieurbeplanting kan de negatieve invloed van printers, kopieermachines en computers op de luchtkwaliteit tegengaan. Planten kunnen de luchtvochtigheid op kantoor met circa 5% verhogen.

Groen stimuleert creativiteit, concentratie en prestatie

Dat geldt voor volwassenen, maar zeker ook voor kinderen. Een natuurlijke omgeving stimuleert kinderen tot meer gevarieerd en creatief spelgedrag. In wijken met groen komt 15% minder kinderen voor met overgewicht dan in vergelijkbare wijken zonder groen.

Saamhorigheid/gemeenschapsgevoel

Bankjes en speelplekken in het groen geven mogelijkheden aan omwonenden om elkaar makkelijk te ontmoeten en te leren kennen. Als er gemeenschappelijk aan het groen wordt gewerkt geldt dit nog in sterkere mate. De stadslandbouw op tijdelijk braakliggende terreinen of in saaie parken is een bijzonder voorbeeld daarvan. Een vriendelijke, groene omgeving leidt ook tot minder criminaliteit en overlast. Een goed voorbeeld hiervan is de integrale aanpak van de Rotterdamse Millinxbuurt.

Ook fijn: waardestijging van de woning door groen

Dat een woning bij een park meer waard is dan eenzelfde soort huis zonder park, dat is onbetwist stelt Arno Goossens, strategisch adviseur ruimtelijke ontwikkeling bij de gemeente Amersfoort. Maar er zijn meer factoren van belang. Wordt het park beheerd of is het een rotzooitje? Ligt er een fietspad tussen het huis en het park of is er misschien een speeltuin waardoor bewoners minder privacy hebben? Onderzoeken tonen dat groen de waarde van vastgoed in mindere of meerdere mate doet toenemen met 6 tot 15%. Bomen in de buurt van woningen leveren een besparing op van ongeveer 10% in de energiekosten.

Dus:  laten we al die plekken langs de gevel, op het balkon (ook op het noorden), op het dak, op de vensterbank benutten en er mooie, geurende, vlinders aanlokkende bloeiende planten laten groeien. Er is zoveel keus! De wereld een beetje mooier maken, al was het maar vanwege onze gezondheid!

Bronnen: www.groenemaand.nl bij ‘Groen en gezondheid’ www.degroenestad.nl

Natuurtuin onderhoudsarm? Hoe een tuin zich ontwikkelt

Soms wordt gesteld dat als een tuin is aangelegd en de beplanting volgroeit je niet meer zoveel hoeft  te doen.  Het is afhankelijk van wat je wilt en accepteert, maar mijn ervaring is dat een natuurlijke tuin minstens zoveel onderhoud vergt.

Wat er gebeurt er namelijk als je de natuur in de tuin haar gang laat gaan? In eerste instantie lijkt er niet veel mis te gaan, integendeel je ziet allemaal dierenleven en weelderige beplanting, maar dan  -net als schilderwerk wat niet wordt bijgehouden- :

  • Lage beplanting wordt minder gevarieerd: de sterkste planten verdringen de minder sterke. Er zullen ook planten, struiken, bomen spontaan in je tuin opduiken die niet allemaal gewenst zijn;
  • Struiken en bomen zullen na een aantal jaar gaan domineren, met als gevolg:
    • meer schaduw op de grond: hoe meer schaduw, hoe minder bloei van planten afgezien van de vroege bolgewassen;
    • minder zon om in te zitten/liggen, maar meer koelte in hoog zomer
    • minder licht in huis, maar ook minder warmte
    • meer vocht in huis
    • een ongesnoeide tuin kan een romantisch beeld opleveren van vrije natuur, maar kan er ook toe leiden dat de tuin slecht begaanbaar/toegankelijk wordt en dat takken schade veroorzaken aan je schuur of huis
    • buren zullen soms blij zijn met je hoge bomen en struiken welke vogels en dergelijke trekken en  op tropische dagen schaduw geven en door verdamping ook verkoeling.  Sommigen zullen ook blij zijn dat het zicht op gebouwen minder wordt (mooier beeld en meer privacy). Andere buren zullen klagen over het gebrek aan zonlicht in hun tuin en last hebben van over de erfgrens hangende takken;
    • de soorten dieren die op je tuin afkomen zullen veranderen: voor sommige soorten wordt je boomrijke tuin aantrekkelijker, voor anderen juist niet.

Als je bovenstaande zaken niet wilt zal er ook in een natuurlijke tuin getuinierd moeten worden. Werkzaamheden zijn: snoeien, zorgen dat waardevolle planten die  verdrukt dreigen te worden, worden geholpen en andere dominante planten worden ingetoomd (uitspitten, uitzaai voorkomen), planten opbinden of van steun voorzien indien ze in de weg hangen, vegen en wieden in bestrating. NB wat betreft snoeien: hoe langer je wacht hoe groter de hoeveelheid groenafval en bij bomen kan het ook lastiger worden in te grijpen en zal er misschien een dure boomverzorger (langduriger) nodig zijn.

Onderhoudsarme tuin:

Door te kiezen voor een beperkt aantal soorten lage planten die de bodem goed bedekken, kan de groei van ongewenste planten heel makkelijk worden tegengehouden. Geschikte bodembedekkende soorten zijn bijvoorbeeld geraniums en heide.

Heemplanten zijn zeer belangrijk voor de natuur!

Heemplanten, ook wel inheemse planten of wilde planten genoemd, zijn plantsoorten die al lange tijd in een gebied groeien/thuis horen. Doorgaans wordt met lange tijd langer dan 200 jaar bedoeld. Heem betekent overigens huis (verwant met Engelse home). De “zomereik” is hier een heemplant, maar voor de Verenigde Staten is deze uitheems.

Na de laatste ijstijd zo’n 12.000 jaar geleden, zijn er steeds nieuwe plantensoorten in Nederland beland. Onder de eersten die zich hier vestigden waren berk en grove den en ook de zomereik leeft als soort al duizenden jaren in Nederland. Met de Romeinen 2000 jaar geleden kwam de tamme kastanje naar Nederland, de teunisbloem kwam 200 jaar geleden uit Amerika, de reuzenberenklauw ruim een eeuw geleden uit de Kaukasus/Perzië en de Grote waternavel (Zuid Amerika) is pas sinds 1994 in Nederland en vanaf ca. 2000 in Groningse wateren. Je zou ook kunnen zeggen dat hoe langer een plantensoort in Nederland voorkomt, hoe inheemser deze is.

Nu is het zo dat des te langer een plantensoort in een gebied voorkomt, des te meer diersoorten ontdekken hoe ze deze plant kunnen gebruiken. Zo ontdekten eikengalwespjes dat ze hun eitje in een blad van de zomereik kunnen stoppen en dat de wespenlarve dan in een veilige gal van de eik kan eten, de rupsen van de eikenpagevlinder eten van de bladeren en de mezen weer van de eikenpagerupsen. De grote kever “Vliegend hert” eet in het keverlarvestadium van dood eikenhout en sommige paddenstoelen groeien alleen bij of op eiken. De zomereik heeft in de loop van zijn geschiedenis in Nederland relaties opgebouwd met alleen al 450 soorten insecten, terwijl de pas veel recenter in Nederland groeiende Amerikaanse eik er pas 13 heeft. Wanneer je een inheemse zomereik kapt, gaat niet alleen dit individu verloren, maar ook alle dieren die daar op dat moment in- en opleven. Ook ondergronds is er bij de wortels een uniek milieu van specifieke schimmels, bacteriën en allerlei kleine beestjes. Een mini-ecosysteem gaat verloren.  Alleen al in de katjes van de inheemse berk zijn 20 soorten insecten ontdekt, ieder met een andere rol!! Daarentegen heeft de pas in Nederland voorkomende Grote waternavel  voor zover bekend nog nauwelijks relaties met andere organismen in de natuur. Omdat de uitheemse/exotische Grote waternavel niet door dieren wordt gegeten en wel erg goed groeit in de Nederlandse natuur breidt zij zich ongebreideld uit. Het is zodoende een “invasieve exoot” welke zorgt afwateringsproblemen, hinder voor de scheepvaart, schade aan gemalen, recreatieproblemen, zuurstofloosheid door afsluiting van het wateroppervlak en verdringing van inheemse plantensoorten en alle specifieke diersoorten die erop en ervan leven!. Het verwijderen van de grote waternavel kost ook nog eens miljoenen per jaar. Het wachten is op een vogel, zoogdier, insect, schimmel, virus die de waternavel ontdekt als voedsel. Hoe meer soorten organismen er in Nederland leven hoe sneller er een individu is die de waternavel als voedsel ontdekt en deze valt dan met de neus in de boter en kan zich goed gaan voortplanten en zorgt voor evenwicht in het ecosysteem.

In een stabiel natuurlijk systeem zijn voor elke plant en planteneter die daar in leeft meerdere vijanden die er voor zorgen dat een soort zich niet grenzeloos voort kan planten en een plaag kan worden. De Grote waternavel vormt in Zuid-Amerika geen probleem, omdat de plant daar inheems is en daar in de loop der tijden wel natuurlijke vijanden heeft gekregen.  Inheemse planten zijn onderdeel van een heel netwerk van relaties, van een levensgemeenschap, een natuur die ondanks verschillen per jaar redelijk constant is, in evenwicht. Niet elke nieuwe (planten) soort vormt overigens een probleem, omdat ze bijvoorbeeld niet bestand zijn tegen de Nederlandse winter of niet bestoven worden. Het punt is dat je dat van te voren niet weet en als een soort een probleemsoort wordt is het heel lastig en kostbaar om hem weer kwijt te raken en vaak lukt dat niet meer (waterpest, muskusrat etc. etc. etc.)

Uitheemse planten die zijn ingevoerd vanwege hun schoonheid van bloem of blad geven dus niet de insectenwereld in al haar vormen en kleuren die een verrassings- en schoonheidelement toevoegen aan je tuin. “JA MAAR, ik zie allemaal bijtjes en vlinders op mijn uitheemse bloemen!? ” Zeker, maar de nectar hoeft voor veel insecten niet van een specifieke soort/kwaliteit te zijn, maar voor hun larven is bijna altijd een specifiek soort inheemseplanten nodig om hun levencyclus rond te maken.

Voorbeelden van hoe ingewikkeld en boeiend relaties kunnen worden in een natuurlijk systeem wat lange tijd gelijk blijft:

  • planten als maarts viooltje, sneeuwklokje maken een klein aanhangseltje aan hun zaden, het zogenaamde mierenbroodje, propvol met mierenvoedsel. Mieren slepen zaad en mierenbroodje richting nest en de plantenzaden worden op deze manier over grote afstanden verspreid wat de verspreiding van de plantensoort ten goede komt;
  • het pimpernelblauwtjevlindertje legt haar eitjes specifiek op de pimpernelplant, waarvan de rups de bloemen opeet. Als de bloemen op zijn, laat de rups zich vallen en trekt de aandacht van mieren. Door zoetstof uit te scheiden en een geur van de mierenkoningin, nemen de mieren de rups mee naar het nest. De rups leeft daar dan verder van mierenlarven en verpopt zich uiteindelijk ’s nachts als de mieren inactief zijn.

Rups Groot avondrood

Groot avondrood (6cm)

Witvlakvlinderrups

 

 

 

 

 

 

 

Foto’s: soorten aangetroffen in mijn tuin die voor hun levenscyclus van inheemse planten afhankelijk zijn

De putter is een wintergast die afkomt op zaden van kaardebol, els etc. en zal je niet tegenkomen op de (uitheemse) hortensia of laurierkers. Foto’s: Adri de Groot www.vogeldagboek.nl

 

 

 

 

 

 

Conclusie:

  • Heemplanten zijn onmisbaar voor het voortbestaan van specifieke insectensoorten;
  • Heemplanten zorgen met de daarbij behorende insecten voor een boeiende, verrassende tuinbeleving;
  • Exoten vormen een groot risico de inheemse planten volledig te verdringen. Waar exoten staan, kunnen geen heemplanten groeien met op en in hun de specifieke insecten, schimmels, bacterien.

Verdere verdieping:

– Plantensoorten kunnen wel inheems zijn voor Nederland, maar dat betekent niet dat ze ook in alle Nederlandse regio’s thuishoren en voorkomen. Een soort kan regionaal inheems zijn, dus probeer in je tuin aan te haken met planten uit de natuur in je omgeving.

– Belangrijk voor de verspreiding van soorten is het NNN, Natuur Netwerk Nederland (natuurgebieden verbonden door verbindingswegen) en ook de  tuin als “stapsteen” . Een populatie vlinders van het pimpernelblauwtje in Limburg, is niet bij machte om van daaruit in 1x naar een terrein met pimpernel in Groningen te vliegen. Om er voor te zorgen dat ze in Groningen kunnen komen zijn pimpernelpopulaties op de route nodig. Kijk bij de aanplant van tuinplanten dus vooral naar zeldzame soorten in jouw regio. Bedenk daarbij dat een diersoort vaak meer dan een enkele waardplant nodig heeft om van te leven: kwantiteit is ook van belang.

Biodiversiteit binnen een soort. een Nederlandse lijsterbesboom heeft van oudsher een ander DNA dan een lijsterbes uit Oost-Europa (sterker nog het DNA van de lijsterbessen in Limburg wijkt weer af van de Groningse lijsterbessen en die zijn onderling ook weer uniek. Net mensen ;-)). Omdat er in Oost-Europa goedkoper gekweekt kan worden, koop je in het groencentrum bijna altijd een boom daar vandaan. Deze bomen zijn minder aangepast aan het Nederlandse klimaat, maar kunnen daarbij ook heel goed verschillen in de waarde die ze hebben voor de Nederlandse insecten! Gelukkig dat er onder meer door de Cruydthoeck aan gewerkt wordt planten met inheems dna beschikbaar te stellen. Een andere mogelijkheid is zelf zaad of zaailingen uit de omgeving te halen en op te kweken. Doe dit alleen als er grote aantallen van een soort zijn, een gebied op de schop gaat, je met beleid en respect te werk gaat.

Uitheemse soorten wel in de bebouwde kom? Uitheemse planten zijn vaak erg aanlokkelijk vanwege hun grote opvallende bloemen etc. Om stadsmensen te verleiden toch in ieder geval wat groen aan te planten, wordt wel gezegd dat de aanplant  van uitheemse planten verdedigbaar is, omdat ze zich niet zouden verspreiden naar de natuur (en daar dan een probleem kunnen vormen). Planten kunnen zich echter op allerlei manieren verplaatsen en de afstand van binnenstad naar omgeving is vrij makkelijk te overbruggen, zeker als je het de nodige jaren geeft.

 

De waarde van plant-/diersoorten voor de mens

De natuur levert de mens allerlei zogenaamde ecosysteemdiensten als zuurstof, voedsel, drinkwater maar afzonderlijke plant- en diersoorten zijn ook heel waardevol voor de mensheid. De wetenschap leert veel door het bestuderen van plant- en diersoorten. Er is zelfs een apart vakgebied, de Bionica, die zich daar specifiek op toelegt. Geen wonder, want de natuur heeft al honderden miljoenen jaren geëxperimenteerd met allerlei mutaties en wat nu is terug te vinden bij de planten en dieren behoort tot het meest succesvolle genetische materiaal. Planten- en dierensoorten hebben allerlei eigenschappen ontwikkeld die zeer functioneel zijn en tegelijkertijd zeer efficiënt in gebruik van energie en bouwstoffen.

Een paar voorbeelden:

Nobelprijs geneeskunde 2015. De prijs is uitgereikt aan twee onderzoekers. Een heeft ontdekt dat een schimmelstof goed werkt tegen parasitaire wormen bij mensen en vee, de andere onderzoeker heeft ontdekt dat een stofje in zomer alsem (plant) goed werkt tegen malaria. Zonder deze middelen zouden per jaar 100 duizend mensen in Afrika sterven.

Paddenstoelen kankerremmend

Tientallen soorten paddenstoelen zijn bij de behandeling van kanker.  Extracten uit Gewoon elfenbankje tegen kanker in darmen, longen, bloed. Tegen borstkanker wordt oa Geschubde inktzwam gebruikt.
Onderzoekers zijn er van overtuigd dat het gebruik van paddenstoelen een revolutie in kankerbehandeling teweeg kan brengen.  Paddenstoelen staan intussen ook bekend als bronnen van antioxidanten, ontstekingsremmers, immuunversterkende stoffen, prebiotica, antibiotica.

Slangengif tegen spasmen en regulatie hartslag
Slangengif dat verlamt kan in afgepaste doseringen heel heilzaam zijn. In slangengif zitten zo’n 2,5 miljoen componenten. Slechts 25.000 zijn benoemd en 2500 zijn geschikt voor medische toepassingen.

Steriele operatie door libellenvleugel: De vleugel blijkt bezet met minuscule scherpe pilaartjes waarop bacteriën dood gaan (de bacterie blijft aan het puntje van de pilaar vastzitten, waardoor de celwand uitrekt en uiteindelijk scheurt) (Nature Communications 26 nov. 2013) Aan medische apparatuur op basis van deze kennis wordt gewerkt. Bron: NRC 1 dec. 2013

Vlindervleugel waterafstotend: vlindervleugels doen het water nog sneller opspatten dan van een lotusblad, die tot dusver als ultiem waterafstotend werden gezien (Nature). Onderzoek naar waterafstotende processen is van belang voor industriële processen. Zo zou de truc van de vlinder misschien ook kunnen zorgen dat ultrakoude dampdruppeltjes wegveren van vliegtuigmotoren voordat ze als ijs neerslaan. Bron: NRC 24 nov. 2013

Termietennest- ventilatie gebouwen: Termieten zijn instaat de temperatuurschommelingen in hun heuvel binnen de 3 graden te houden onafhankelijk van temperatuurverschillen van meer dan 40 graden buiten. Ze hebben hiervoor een ingenieus ventilatiesysteem ontwikkeld dat nu geprobeerd wordt in de energiezuinige gebouwen toe te passen. Trouw 10 mei 2013

Onderzoek op basis van dieren wordt gedaan naar processen

– die hergroei van geamputeerde ledematen en zelfs organen mogelijk maken(zeespinnen)

Veroudering tegengaan (sommige dieren hebben geen last van verouderingsprocessen)

-Winterslaap mogelijk maken (Interessant voor bv Marsreizen)

Deze voorbeelden vormen extra reden alle planten- en dierensoorten op aarde te koesteren. Groot en klein. Een ander belangrijk argument voor behoud van biodiversiteit is dat er minder last is van plagen naarmate de biodiversiteit van de natuur groter is, omdat een zeer succesvolle soort al gauw te maken krijgt met een predator/parasiet.

Uitsterven van soorten

In ons land komen overigens zo’n 35.000 soorten planten en dieren voor, waarvan een derde wordt bedreigd in zijn voortbestaan. In vergelijkingen bungelt Nederland in Europa onderaan bij het in stand houden van soorten (Trouw feb. 2011) . Ongeveer 94% van alle soorten mensapen (de naaste verwanten van de mens) stond in 2014 op de Rode Lijst van de IUCN in de hoogste categorieën zeer bedreigd en bedreigd. Volgens berekeningen op grond van cijfers van de IUCN is in de afgelopen 500 jaar 22% van de zoogdieren, 14% van de vogels, 29% van de reptielen, 31 maar mogelijk 43% van de amfibieën en 28% van de vissen uitgestorven.

Literatuur:

De natuur als uitvinder , miljarden jaren aan innovatie gratis beschikbaar / Y. Poelman (Natuur- en sterrenkundige, Bionica Centrum Groningen) 224 p. € 19,95

Plantenziekten en –plagen: ecologisch bestrijden

Een gezonde plant is weerbaar tegen aanvallen van virussen, schimmels, insecten etc.. Belangrijk is daarom de leefomstandigheden van de plant zo optimaal mogelijk te maken, zodat de eigen afweer zoveel mogelijk wordt ondersteund. Als je chemische bestrijdingsmiddelen gaat gebruiken dan komt de ziekte/plaag later terug omdat de plant vatbaar blijft en je schaadt daarmee ook het milieu en soms andere organismen.

Hoe de weerbaarheid van de plant te steunen:

Allereerst: Probeer planten neer te zetten op een plek die qua leefomstandigenheden lijkt op  het oorspronkelijk leefgebied van deze soort (denk daarbij aan factoren als zon, vocht, vorst).

Andere maatregelen:

  • Zonlicht: genoeg maar niet teveel: zonlicht is essentieel voor de plant voor de energievoorziening. Zorg dat de plant op een plaats staat waar daarin voldoende voorzien wordt, maar ook niet wegbrandt (plaats voor schaduw eventueel een struik/boom of (tijdelijk) scherm). Planten kunnen zich enigszins aanpassen door grotere of kleinere bladeren te maken. NB een plek achter een noordschutting krijgt  nog veel indirect zonlicht en hoeft niet per se te gelden als een schaduwplek;
  • Vocht: het vochtvasthoudend vermogen van de grond kan versterkt worden door meer humus in de grond. Humus is omgezet organisch materiaal. Breng voor meer humus dus een laag “mulch” aan: compost, blad, maaisel, schors.  Mulch zorgt ook voor minder verdamping, beschermt de grond tegen slagregen en grote temperatuurschommelingen. Mulch is ook voeding voor regenwormen, welke met hun gangen ervoor zorgen dat de regen makkelijk de grond in kan lopen naar de plantenwortels in plaats van weg te stromen naar het laagste punt.

Jonge aanplant verdient natuurlijk extra aandacht met watergeven in droge tijden. Maar ook daar: overdaad schaadt (zie Tuintip “Zuinig met water”).

  • Zuurstof: Wortels hebben zuurstof nodig voor hun verbrandingsprocessen. Wortels kunnen dood gaan door zuurstof gebrek, omdat de grond doorweekt is met water. Met gangen van bodemleven kan de  bodem beter vocht afvoeren. Voorkom het pletten en “dichtsmeren/-slibben” van de bovenste grondlaag. Hoe zwaarder de bodembelasting hoe meer de grond wordt dichtgedrukt. Als de grond open en bloot ligt voor regen en zon kan een voor zuurstof en water ondoordringbare bodemkorst ontstaan. Zorg daarom in zijn algemeenheid voor permanente bodembedekking met organisch materiaal.

Voeding:  mijn ervaring is dat grond zelden te voedselarm is (tenzij je groentes wilt verbouwen). Zelfs op puur zand wil het vaak wel. Als je het nodige blad/strooisel laat liggen tussen de planten wordt de bodem daarbij steeds voedzamer en beter van structuur. Rozen hebben wel mest nodig indien ze jaarlijks sterk worden teruggesnoeid (waarmee de plant veel energie en mineralen kwijtraakt). Geef rozen mest in maart en juni wanneer ze het meeste nodig hebben (daarna geeft mest risico op slappe lange takken die vorst- en plaaggevoelig zijn).  De leukste beplanting groeit vaak op niet al te rijke grond.  Op arme grond is makkelijker meer plantenvariatie zonder steeds woekerende planten te moeten intomen en de planten niet zo snel  groot en slap dat ze gaan hangen. Veel bemesten geeft veel bladgroei waardoor je meer snoeiwerk en afval.

Composteren

Zelf composteren!

Voordelen (toelichting onderaan artikel):

  • Verkleint de afvalstroom;
  • Levert gratis plantenvoeding op en bodemstructuurverbetering;
  • Zorgt voor meer biodiversiteit.

Hoe, wat en waar composteren?

Bij kleine hoeveelheden is het wenselijk om oude bloemstengels en dergelijke ter plekke te breken /verknippen en als mulchlaag tussen de beplanting te strooien of onder een heester te leggen. Bij grote hoeveelheden gebruik je vaak een composthoop, compostcontainer of bij hout een takkenwal of iets dergelijks (zie onder).

Algemene tips:

  • Bij het opzetten van een nieuwe composthoop kan je een paar handjes vol half verteerd materiaal uit een andere hoop overbrengen om de compostering sneller opgang te helpen met microleven;
  • Een open composthoop of -bak plaats je het best op een wat beschaduwde plek om uitdroging te voorkomen. Een composthoop mag behoorlijk vochtig zijn, maar niet nat, want er moet ook lucht/zuurstof bij voor een goede compostering anders krijg je rotting. Hoe groter de hoop hoe minder snel hij uitdroogt.
  • Een gesloten compostcontainer droogt niet snel uit en kan evt. ook in de zon staan (extra warmte bevordert de compostering)
  • Hoe fijner het materiaal, hoe sneller de compostering (vergelijk met eten fijnkauwen);

NB er dient wel wat lucht/zuurstof in de hoop te blijven zitten anders krijg je rotting)

  • Mengen van soorten afval (vooral vers groen vs bruine stengels) versnelt de compostering. Probeer dus te vermijden dat er 1 soort plantenresten in een dikke laag ontstaat. Maak evt. een “wachthoopje” om geleidelijk bij de composthoop te doen.
  • Hoe groter de hoop wordt opgezet, hoe hoger de temperatuur kan oplopen en hoe meer onkruidzaden, plantenziektes dood gaan;
  • Omzetten van de composthoop/opnieuw mengen bevordert de composteersnelheid;

Wel composteren op composthoop

  • Snoeiafval in stukjes van 5-8 cm max. ½ cm dik.
  • Grasmaaisel in dunne laagjes want anders gaat het rotten of schimmelen
  • Bladeren
  • Eierschalen liefst vergruizeld
  • Koffiefilters en papieren theezakjes (NB koffiepads en theezakjes bevatten steeds vaker plastic. Ook niet gezond in gebruik trouwens.)
  • Rauwe groenten en fruit
  • Houtsnippers evt. in dunne laagjes tussen groenafval beter direct onder een heester of als padbedekking;
  • Plantenresten anders dan onkruidwortels
  • Koolstofrijk karton met mate om het stikstofrijke groene materiaal  sneller bacterieel te laten omzetten.
  • Citrusschillen al dan niet biologisch

Niet composteren op composthoop

  • Grond ( dit is al gecomposteerd en remt de andere compostering)
  • Potgrond ( dit is al gecomposteerd en remt de andere compostering)
  • Afbreekbaar plastic (dit verteert alleen in industriële composteerinstallaties)
  • Plastic theezakjes,  koffiepads (bestaan voor 25% uit plastic!)
  • Gekookte etensresten (gaat rotten, stinken en trekt muis en rat aan)
  • Vetten (verteert niet en trekt muis/rat aan)
  • Kattenbakkorrels en –poep
  • Onkruid, zieke planten, aardappelschillen  indien de compost gebruikt wordt voor de moestuin, anders kan het geen kwaad afgezien van de wortels van wortelonkruiden als zevenblad welke het composteren kunnen overleven.
  • Coniferentakken (maak hiervan een takkenwal)
  • Vlees en botjes (trekt oa  muis en rat aan)
  • Hout/ houtige stengels dikker dan ½ cm

Hout composteren:

Hout composteert/verteert in omstandigheden waar water en zuurstof moet zijn (dus diep onder de grond slecht (zuurstof tekort), aan de  oppervlakte goed, boven de grond slecht (watertekort). Vochtig hout is een voedingsbron (van schimmels, kevers en ander klein gedierte) maar ook een belangrijke  schuilplek (in het hout en tussen takken./stammen) en broedplek. Houten stammetjes kan je gebruiken als padmarkering, ingegraven boomstam als insectenhotel, takken op een takkenril als schuilplek voor dieren en als afscheiding. Door hout te versnipperen kan het  makkelijker verteren. Jonge takken bevatten relatief meer voeding dan oud hout.

Voordelen van composteren toelichting

  • Milieu: groente-, fruit- en tuinafval bestaat voor een groot deel uit water. Het transport daarvan kost nodeloos energie.Compost van elders bevat geregeld resten plastic en erger en dient ook getransporteerd te worden en is verpakt in plasticzakken.  NB Tuingrond  bevat vaak turf  van Oost-Europese natuurgebieden = ook veel transport en aantasting van koolstofopslag (broeikaseffect);
  • Egel- en vogelvoer. De beestjes die de plantenresten afbreken zijn weer het voedsel van dieren als egels, vogels, kikkers;
  • Compost is een belangrijke mineralenbron voor moestuinplanten, fruitbomen, rozen en veel gesnoeide struiken. Halfverteerd materiaal wordt ook door regenwormen de grond in getrokken die met hun gangetjes in de grondzorgen dat regenwater makkelijker kan worden opgenomen in de bodem en  lucht/zuurstof  bij de wortels kan komen die dat nodig hebben.  De wormen mengen grond en organisch materiaal waardoor bacteriën en schimmels de mineralen beschikbaar kunnen maken voor planten; In de siertuin is er meestal geen gebrek aan voeding maar bodemverbetering vooral op arme zandgrond, compacte kleigrond is gewenst. Dit laatste pleit dus voor oppervlaktecompostering ter plekke.
  • Kleine beestjes. In en op stengels en bladeren zitten allerlei beestjes, geregeld haast onzichtbaar klein/verscholen, die op de composthoop nog een kans hebben te blijven leven, maar in de groencontainer het leven laten

 

Voedertips vogels

De winter is een moeilijke tijd voor vogels. Besdragende heesters in de tuin als lijster, vuurdoorn, hulstbessen zijn dan belangrijk net als dode stengels met zaden erin en blad waaronder de vogels hun kostje kunnen zoeken.

Daarnaast kan er bijgevoederd worden. De verschillende soorten vogels die hier in Groningen overwinteren hebben verschillende wensen tav voedsel. Om verschillende vogels te trekken loont het dus de moeite verschillend voer aan te bieden en liefst nog op verschillende manieren.

Voer:

Algemene wenken:  -Liefst zonder gif en dus bio; – Zorg dat voer niet ’s nachts beschikbaar is voor muizen en ratten; – Zorg dat het voer droog blijft, want beschimmeld voer is giftig (zeker op pinda’s komt een zeer giftige schimmel)

  • Bio-zonnebloempitten en granen als tarwe
  • Havervlokken
  • Pinda’s pindaslinger ongebrande pinda in dop
  • Vet (oud frituurvet vermengd met oud brood/aardappel etc.)
  • Appelklokhuizen ed.
  • Broodresten
  • Voedselresten als aardappel/stamppotresten etc maar vermijd zout eten, zeker bij vorst als vogels lastig kunnen drinken

Voedermethoden:

• Los op de grond leggen/strooien. Let er op dat katten niet nabij in een hinderlaag kunnen liggen. Zorg er ook voor dat de voederplek verschuift, zodat de vogels niet teveel besmet worden met ziekmakende uitwerpselen van andere vogels. Maak een terras of balkon daarom af en toe schoon. Om muizen/ratten te voorkomen: strooi zoveel dat er aan het eind van de dag weinig of niets blijft liggen. Ook vanwege de voedselkwaliteit is dat van belang, omdat voedsel zeker bij nat weer bederft en giftig kan worden!
• Onder een tafel leggen: het voordeel hiervan is dat regen en sneeuw er minder snel voor zorgen dat het voer gaat schimmelen. Maak eventueel zelf een laag tafeltje van min. 1 x 1 m op pootjes van 20-30 cm.
• In een schotel: voordeel is dat deze makkelijk is schoon te houden;
• Op een plankje bv aan een tak. (denk om het schoon houden) Nodig: bv 30×40 cm watervast multiplex, randlatjes 2x 2 cm (houdt hoeken vrij ivm schoonmaken) touw.
• Vetbol:Nodig: vast frituurvet (evt. beetje vermengd met 1/3 vloeibaar vet) vogelzaad (verhouding vet:vogelzaad 1:2) evt ongebrand fijngestampte pinda’s plastic bekertje stukje ijzerdraad 10 cm houtje of stukje tak dat op de bovenrand van het bekertje past. Draai het midden van het ijzerdraad om het midden van het houtje en draai de uiteinden een paar keer om elkaar heen, maar zorg dat je de uiteinden van het ijzerdraad een beetje om kan buigen zodat het vet houvast heeft. Leg het houtje met het ijzerdraad op de beker zo dat het ijzerdraad in het bekertje hangt. Vul nu het bekertje met het voorzichtig gesmolten vet en de zaden. Laat buiten afkoelen en houdt het bekertje daarna even onder de hete kraan zodat je het bekertje van de bol kan trekken. Hang vetbollen tegen de muur of in/bij een struik dat vinden vogels veiliger dan in de open ruimte waar ze makkelijker gegrepen kunnen worden door een roofvogel.
• Een gat in een boom, een halve cocosnoot oid opvullen met vet/zaden mengsel
• Een of meer dennenappels aantal keer in het vet dopen en ergens ophangen
• Zaadvoerzuilen: het voer blijft mooi droog en schoon

Water:

Ook in de winter hebben vogels vocht/water nodig. Een drinkbak is hiervoor heel geschikt, maar voorkom dat ze bij vorst er in kunnen baden, want dan bevriezen hun veren.

Stop in de lente:

Jonge vogels hebben dierlijke eiwitten nodig en gaan dood op een dieet van pinda’s

Leuk:

Leg een lijstje aan van vogels die uw tuin aandoen. Bij langdurige vorst komen allerlei vogels vanuit het noorden en vanuit het platteland.

Tot slot:

Vogelzaad kan heel goed kan ontkiemen, dus wees bedacht op (on-)gewenste uitzaai.

 

 

Katten in de tuin?

Inhoud:

  • Het is toch natuurlijk dat katten doden?
  • Beschermen van vogels
  • Vegetarisch kattenvoer
  • Natuurwetgeving Europa: kat mag niet onaangelijnd naar buiten

Voorop gezet: ik vind poezen/katten hele mooie, vertederende en aaibare dieren.
Het houden van katten heeft echter ook  een keerzijde.

Het is toch natuurlijk dat katten doden?

Katten zijn inderdaad roofdieren en overleven in de natuur door het doden en eten van prooidieren, maar de situatie natuur en menselijk gebied is niet vergelijkbaar. De huiskat is nauw verwant met de Europese wilde kat.  Een gemiddeld leefgebied van een wilde kat is zo’n 2 vierkante kilometer (http://www.zoogdiervereniging.nl/europese-wilde-kat-felis-silvestris-silvestris).
In de stad is de “katdichtheid” gemiddeld zo’n ca. 2000 keer groter en dat is mogelijk omdat de poezen niet  afhankelijk zijn van prooidieren maar (bij-)gevoerd worden door hun baasjes . De kans dat je nest ontdekt wordt, of dat een vogel voedselzoekend op de grond  gegrepen wordt is dus onnatuurlijk veel groter.  Daarnaast veroorzaakt de aanwezigheid van zoveel katten  veel stress bij vogels – bv. bij het vinden van eten op de grond- waardoor ze meer tijd en energie kwijt zijn om niet door een kat gedood te worden. Katten zijn in staat allerlei dieren te doden. Naast de bekende muizen en vogels zijn dit ook  andere dieren variërend van vlinder tot konijn. Overigens uit  Engels onderzoek is gebleken dat ook in katten die een niet roofzuchtige inborst lijken te hebben- ze kijken zo onschuldig- of wat minder vief lijken , instinct en daad vaak wel degelijk aanwezig zijn.

Schattingen over de ecologische schade van huiskatten lopen uiteen, maar liegen er in alle gevallen niet om. Onderzoekers van de Tilburg Universiteit schatten (2019) dat Nederlandse huiskatten jaarlijks zo’n 140.000.000 dieren doden. Twee derde van de slachtoffers wordt gemaakt door de 2,6 miljoen katten die als huisdier worden gehouden. De naar schatting 1 miljoen (half)verwilderde huiskatten doen de rest.

Poes met wezel. Foto: Adri de Groot www.vogeldagboek.nl

Meer informatie:  https://www.nrc.nl/nieuws/2016/10/03/kom-niet-aan-de-kat-4575380-a1524631

Beschermen van vogels

Maatregelen die je kan nemen:

  • De kat binnen houden. Eventueel alleen ’s nachts. Dit voorkomt ook dat ze omkomen door het verkeer.
  • De kat aan de lijn uitlaten –jong mee beginnen – ;
  • De kat de bel aan te binden (helpt een héél klein beetje blijkt uit onderzoek);

Vegetarisch kattenvoer

Bij de keerzijde van het houden van katten, hoort wat mij betreft ook dat ze vleesvoer krijgen, waarvan het produceren ervan invloed heeft op het welzijn van andere dieren (veel vlees komt uit de bio-industrie), de natuur en het milieu. Het blijkt dat katten gezond oud kunnen worden op plantaardig voedsel met aanvullingen van bacteriële oorsprong: https://www.vegavriend.nl

Natuurwetgeving Europa: kat mag niet onaangelijnd naar buiten

Katten ongecontroleerd naar buiten laten gaan, is illegaal. Dat stellen juristen Arie Trouwborst en Han Somsen van Tilburg Universiteit. Zij baseren zich daarbij op Europese regels voor natuurbescherming.

De huiskat (Felis catus) mag eigenlijk helemaal niet naar buiten, terwijl dat wel massaal gebeurt en gedoogd wordt. ,,Eigenlijk is de overheid nu al verplicht om maatregelen te nemen, maar het is een blinde vlek in de handhaving”, stelt Trouwborst. ,,Het zou nu misschien onredelijk zijn om boetes uit te delen, omdat de overheid altijd de indruk heeft gewekt dat het oké is om een kat naar buiten te laten, maar de overheid zit in een lastige positie want ze hebben wel de internationale verplichting en die leven ze niet na.”

Bron: Algemeen Dagblad  27-11-19

Versufte vogels /raamslachtoffers

Versufte vogels /raamslachtoffers: hoe te handelen

Auteur: Ruud Sterk, dierenarts in ruste,  zeer ervaren vogeldeskundige met operaties en behandelingen van legio wilde vogels.

Bron: www.vogeldagboek.nl

Bij raamslachtoffers moet  zo min mogelijk stress worden veroorzaakt. Doe zo’n versuft of zelfs bewusteloos diertje alleen maar in een grote afgesloten kartonnen doos (er is dan zuurstof genoeg) en zet hem in het donker. De meeste komen na enkele uren weer bij hun positieven: dan nog niets doen om shock en dus sterfte te voorkomen. Pas na zo’n 12 uur kan de vogel redelijk veilig onderzocht worden op traumata (gebroken vleugel o.i.d.).

Is de vogel verder niet gewond dan kun je hem veilig weer vrijlaten of verzorgen als er nog verschijnselen zijn van hersenbeschadiging. Als de vogel na een week nog steeds niet kan vliegen vanwege hersenbeschadiging, rest niets anders dan een vredig einde. In dertig jaar praktijk als dierenarts heb ik op deze manier vele vogels weer het luchtruim in kunnen laten gaan. Cliënten die voor een raamslachtoffer opbelden kregen ook dit advies. Als de vogel toch binnen die 12 uur overlijdt dan had een dierenarts of wie dan ook, niets kunnen doen om dit te voorkomen; vrijwel altijd is er dan sprake van onherstelbaar hersenletsel, dat op het moment van gebeuren niet vast te stellen is.

Dus: Rust en Donker en eerst Afwachten.
Vervelende voor mij was dat dit vrijwel altijd indruist tegen onze menselijke gevoelens om maar direct hulp te moeten verlenen. Mijn ervaring is dat daardoor juist onnodig meer vogels het loodje leggen. Ik kan het niet onderbouwen met wetenschappelijke cijfers, maar ben er uit ervaring wel van overtuigd.

Dieren in de tuin: Egels

Tips voor egels in de tuin

• Egels houden van een dak boven hun hoofd. Laat bladeren en takken in de tuin liggen, hieronder kunnen ze een nest maken. Of plaats een egelhuis in de tuin. Leuk om zelf te maken maar ook kant en klaar te koop.
• Zorg dat er een opening in de schutting is waardoor egels van de ene naar de andere tuin kunnen lopen. Of, liever nog, leg een heg aan.
• Zorg voor een schaal vers water of een vijver. Niet alleen egels vinden dit fijn, maar ook andere dieren maken er gebruik van.
• Zorg voor voedsel voor egels door organisch afval te laten verteren door kleine beestjes welke door de egel weer worden opgegeten.
• Bijvoeren kan geen kwaad. Egels lusten graag kattenvoer, gehakt of speciaal egelvoer. Geen melk! Daar krijgen ze diarree van.
• Een composthoop is goed voor de tuin en het leven in de tuin. Het geeft de egel een plek om te slapen en er zitten bijvoorbeeld veel slakken.
• Pas op met een net over de moestuin. Hang deze hoger dan 30 cm zodat egels er niet in verstrikt kunnen raken.
• Egels zijn goede zwemmers, maar verdrinken soms in tuinvijvers met een rechte oever waar ze niet uit kunnen komen. Leg een schuin loopplankje in de vijver of zorg voor een lichte helling bijvoorbeeld met keien, zodat egels (en andere dieren) eruit kunnen kruipen.

Wist u dat:

• Egels nachtactief zijn? Overdag slapen ze in een moeilijk te vinden nest van bladeren en mos.
• Egels altijd alleen op stap zijn en geen vaste paartjes vormen? Ze hebben min of meer een vast ‘leefgebied’ (mannetjes 20-40 ha, vrouwtjes 10-20 ha), maar ze hebben geen ’territorium’ dat ze verdedigen tegen soortgenoten.
• Egels elke nacht een paar kilometer afleggen? Grote kans dus dat niet steeds dezelfde egel op bezoek komt. Mannetjes lopen grotere afstanden dan de vrouwtjes.
• Egels maximaal tien jaar oud kunnen worden? Echter, meestal worden ze niet ouder dan een jaar of vijf.

Bron: Zoogdiervereniging de website van de Zoogdiervereniging.

 

Dieren in de tuin: Vleermuizen

Vleermuizen zijn vanouds mysterieuze dieren vanwege hun nachtelijke activiteiten. Door moderne onderzoeksmiddelen is er aanzienlijk meer informatie over deze vliegende zoogdieren bekend geworden.

Er zijn 21 soorten vleermuizen in Nederland gevonden en in Groningen 8. Sommige zijn algemeen, andere zeer zeldzaam. Al deze soorten eten grote hoeveelheden insecten als muggen en motten: 300 per nacht is gewoon maar de aantallen kunnen tot 3000 gaan. Hiermee leveren ze een bijdrage aan het biologisch evenwicht. De kleinste vleermuis in Groningen is de dwergvleermuis welke in een luciferdoosje past en zoveel weegt als een suikerklontje. Best groot nog als je hem vergelijkt met ’s werelds kleinste vleermuis: de Thaise hommelvleermuis die zelfs in een vingerhoedje past! Helaas wordt zijn bestaan daar bedreigd.

Vleermuizen gebruiken meerdere zomerverblijven welke warm, droog en donker zijn. Er wordt regelmatig verhuisd. Overdag zitten ze daarin in kleine groepjes tot vaak tientallen tot maximaal 400! De kolonies zijn het grootst van mei-juli wanneer de vrouwtjes een gemeenschappelijke kraamkolonie hebben. Aan het eind van de herfst vliegen ze naar hun winterverblijf, vaak een koele vochtige vorstvrije ruimte. Hier houden ze een winterslaap van zo’n 5 maanden. Door hun lichaamstemperatuur naar 0-10 graden te brengen en hun hartslag terug te brengen van 300 naar enkele tientallen slagen per minuut en ademhaling te beperken tot 1 x per uur sparen vleermuizen energie uit. Vleermuizen kunnen 20-30 jaar of zelfs nog ouder worden.

Kijken met de oren
Vleermuizen hebben ogen, maar horen beter dan ze zien. Met hun oren vangen ze de teruggekaatste geluidsgolven op die met hun keel uit zenden. Op basis van de tijdsduur dat de trillingen terug zijn vormen ze een beeld van hun omgeving. Dit heet echolokatie. Met zogenaamde bat-detectoren kunnen deze geluidsgolven/tonen welke voor het menselijk gehoor te hoog zijn worden omgezet in tonen binnen het menselijk hoorgebied.

Vleermuizen kunnen geholpen worden met avond bloeiende planten waar insecten op af komen, het laten staan van holle bomen en het ophangen van vleermuiskasten. Vleermuiskasten dienen op het zuidwesten te worden georiënteerd op minimaal 2 meter hoogte, maar liever hoger. De aanvliegroute moet vrij van obstakels zijn.

Potgrond: welke of zelf maken?

Tuingrond
De naam is misleidend, want er zit geen grond in, maar bestaat uit een combinatie van veen (onverteerd organisch materiaal), boomschors en compost. Niet geschikt om in te planten, maar in sommige situaties bruikbaar als bodemverbeteraar.  De veenwinning heeft wel nadelen voor de natuur.
Zie Potgrond.

Potgrond
Potgrond wordt gemaakt om de vocht vasthoudende eigenschappen en het lage gewicht.

Gewone potgrond
Gewone potgrond bestaat uit tuinturf, kokosvezel (neemt beter vocht op dan turf en maakt de potgrond nog luchtiger) en al dan niet boomschors, rijstkaf, zand, kalk en meststoffen. De vezels zorgen voor behoud van vochtigheid en luchtigheid, hetgeen belangrijk is voor de plantenwortels.   Het zure karakter van veen maakt potgrond op basis van tuinturf vooral geschikt voor zeer zuur-minnende planten als rododendron en niet voor zuurgraad-neutrale of kalk-minnende planten.
Tuinturf wordt gewonnen uit veenmoerassen in met name Oost-Europa, Ierland en Zweden. Moerassen zijn het woongebied van veel  (vogel)soorten en om die reden raad de Britse vogelbescherming aan om potgrond te kopen waar geen turf inzit. Ook De Nationale Plantentuin van België in Meise roept plantenliefhebbers op om veenvrije potgrond te gebruiken. Nagenoeg alle potgrond die nu verkocht wordt, is gemaakt op basis van turf uit veengebieden. De meeste plantenliefhebbers beseffen echter volgens de Plantentuin niet dat ze meewerken aan de vernieling van de veengebieden, een van de uniekste en kwetsbaarste habitats van Europa. Tuinturf wordt gemaakt van de onderste laag veen wel tweeduizend jaar oud kan zijn en een opslag is van koolstof (belangrijk i.v.m. broeikaseffect), Het moeras wordt voor de winning ontwaterd en na verwijdering van de vegetatielaag en de laag veenmos komt het veen, op elkaar geperste resten dode planten,  bloot te liggen en wordt kruimelig doordat het kapot vriest. Veenmos is de bovenste twee cm van het veen en doordat weg te halen kan het moeras blijven bestaan. Overigens smelt bevroren veen in de permafrost door de stijging van de temperatuur op aarde, waardoor het vastgelegde koolstof als kooldioxide in de lucht komt. Daarbij ontwijkt uit het ontdooide veen ook het broeikasgas methaan (moerasgas, aardgas).   Indien voedsel wordt toegevoegd in vloeibare vorm of in de vorm van koemestkorrels en klei-mineralen kan potgrond meerdere jaren dienst doen als vocht vasthoudend groeimedium.

Biologische potgrond
Het merk Bio-kultura maakt potgrond op basis van veenmos, organische mest, boomschorscompost en kokos.

Zelf potgrond maken
Een klassiek basisrecept is 4 delen tuingrond (bij voorkeur zand-leem), 4 delen compost en 2 delen grofzand (scherpzand/rivierzand). Tuinier je al op zand, vervang dan het zand door bladaarde of kokos .  Ook voor een extra goed  mengsel om in te zaaien, kunnen aan de basissamenstelling kokosvezel of bladaarde worden toegevoegd. Voor extra voeding, vooral voorin potten en bakken wat organische mest toevoegen.

Bladaarde
Van bladeren kan prachtige grond worden gemaakt voor in potten of ter verbetering van de tuingrond. De bladaarde bevat veel humus wat de grond luchtig en langer vochtig houdt. Bladaarde bevat nauwelijks voedingsstoffen dus daarvoor moet gewone compost of mest worden toegevoegd. Bladeren zijn hoegenaamd vrij van onkruidzaden, laat staan wortelonkruiden en vormen wat dat betreft ook een goede basis voor een verbetering van de tuin. Belangrijk is dat de bladeren enigszins vochtig op een hoop worden gezet. Indien toevallig al voorhanden kan er wat kalk tussen worden gestrooid, maar dat is niet noodzakelijk. In een bos wordt er ook geen kalk gestrooid en ontstaan ook geen lagen oud blad. Ook niet onder eiken waarvan gezegd wordt ze slecht verteren.

Cocos-vezel
Compacte geperste blokken pure cocosbastvezel uit Sri Lanka.. Bevat van nature mineralen en voedingsstoffen voor ca. 6 weken. Uitstekende eigenschappen voor zaaien, stekken, planten, overpotten etc. in combinatie met scherpzand voor lucht. De blokken, formaat kleine baksteen, in een grote emmer doen en er 3 a4 liter (koud) water bij doen. Het blok zuigt zich binnen de kortste keren vol met water en er onstaat ca. 10 l aan rulle potaarde. Verkrijgbaar bij de Action voor ca. 0,8 euro per blok,  goed voor 10 liter. Ecostyle verkoopt ook cocosvezel als Coco-peat. Erg geschikt om in te zaaien en te stekken,om de grond vochthoudender en luchtiger te maken. Geschikt voor planten die een neutrale of licht basische  grond willen niet speciaal voor sterk zuur-minnende planten.

Gedicht

Het einde van de tuin is als compost

Waarin de bodemorganismen vrij bewegen

Waarin het leven van de vorm verlost

Al weer opzoek lijkt naar weer nieuwe wegen

Uit Kranskarwei door Rob Leopold

Wormentoren zelf maken

Een wormentoren is een composthoop voor mensen met alleen een balkon of dakterras of zelfs alleen een kelder, berging oid. Net zoals op een composthoop doen de wormen het werk om groente- en fruitafval om te zetten in waardevolle (gratis) vloeibare super compost die je als je het verdund met water heel goed kunt gebruiken als Pokon voor je kamerplantjes, balkonplanten of voor je moestuin. Naast de vloeibare compost blijft er zwarte aarde over die je prima kunt gebruiken als tuinaarde.

Een wormenbak is klein, reukloos en goedkoop en je draagt bij aan recycling van groenafval. Daarnaast is het fascinerend en ook erg leuk en leerzaam voor kinderen.

Nodig:
Minimaal 3 zwarte plastic bakken/emmers. De onderste is om eventueel overtollig vocht op te vangen, de bovenste is om versmateriaal in te doen en de middelste is tzt voor (bijna)verteerd materiaal van waaruit de wormen door de gaten naar de bovenste verse bak kruipen.

• 3 blokjes bv. kurken
• 1 plastic deksel oid
• Priem of houtboortje 3 a 10 mm
• Gesnipperd karton of herfstbladeren
• Groente- en fruitafval
• Compostwormen

Werkwijze
• Boor met de priem of de boor een stuk of 10 gaten in de onderkant
van 2 emmers.
• Leg een paar kurken in de emmer zonder gaten en plaats de emmers met gaatjes daar boven op. Het overtollig vocht wat zich hier kan verzamelen, wormen- percolaat, kun je 1:10 verdund met water aan je planten geven als vloeibare meststof.
• Maak in de bovenste emmer een 5 cm dikke start laag van gesnipperd
karton of bladeren. Maak deze laag vochtig.
• Voeg een laag groente- en fruitafval toe van ca. 5 cm
• Dek de bovenste emmer af met een deksel met daarin ook twee gaatjes
voor ventilatie.

Wacht 2 weken zodat het afvalmateriaal wat begint te rotten en voeg dan de compostwormen toe. Als de emmer bijna vol zit met afval zet er dan een lege emmer met gaatjes op en ga deze vervolgens vullen. In de winter is het voor de wormen fijn als er iets van isolatiemateriaal op/over de bak zit. Als het echt gaat vriezen haal dan de bak van je balkon binnen en plaats hem dan tijdelijk in je fietsenhok, gangkast of washok.

Wat lusten de wormen?


Zorg voor een combinatie van “groen afval” (stikstofrijk) en “bruin afval” (koolstofrijk). Hoe fijner hoe beter, vermijd dikke lagen van 1 soort afval.

Groen: Fruit- en groenteresten, aardappelschillen, mest van kleine planteneters zoals een cavia of konijn, kamerplanten, resten uit groente- en siertuin, snoeiafval (groen), stalmest, biologische snijbloemen, biologische citrus en bananenschillen.

Bruin: koffiedik en -filters, eierschalen, papier van de keukenrol, papieren zakdoeken en versnipperd karton, dode bladeren, notendoppen.

Niet geschikt voor de wormentoren:
Gekookte etensresten, botten, vlees, vis, vetten, olie, saus, zuivelproducten, katten- of hondenuitwerpselen, grote stukken brood en gebak, as uit de open haard of barbecue.

Voer je wormen in het begin vooral niet te veel. Ze kunnen heel lang doen over 1 kilo groenafval, dus begin met kleine beetjes en check om de paar week of ze al meer nodig hebben. De populatie wormen verdubbeld om de  3 maanden, dus als het goed is gaan je wormen steeds meer eten.

Als je je wormen goed voert dan gaan ze zich vanzelf voortplanten. Al na een paar maanden vind je coconnetjes in je wormenbak waar nieuwe wormen uit zullen groeien. Die kun je lekker laten zitten, of samen met wat volwassenen weggeven aan iemand anders die een wormenbak wil beginnen

Hoe kom ik aan wormen?
Niet elke worm is een goede compostfabriek. Alleen de rode mestworm is geschikt, en dat zijn niet de regenwormen die je normaal gesproken vindt in de Nederlandse klei. Compost wormen vind je in composthopen, op boerderijen in de mesthoop of je kan ze bestellen bij de ecohovenier 😉

Hoeveel wormen heb ik nodig?
Het aantal wormen dat je nodig hebt ligt uiteraard aan de grootte van je wormenbak en vooral aan hoeveel je ze denkt te gaan voeren. Ze eten ongeveer hun halve lichaamsgewicht per dag, dus 500 gram wormen heeft 2 dagen nodig voor 500 gram voedsel. Maar wormen wegen niet veel, dus 500 gram wormen is een hele berg! Reken uiteindelijk op rond de 1000 wormen in je bak om de GFT productie van een gezin met 4 personen aan te kunnen. In het begin zal je bak dus echt maar kleine beetjes GFT  aankunnen totdat ze zich gaan voortplanten.

Stinkt het niet?
Nee, het gaat niet stinken zolang je je wormen niet teveel voert. In dat geval ligt er rottend afval waar de wormen nog niet aan toekomen. Heb je toch het idee dat je iets ruikt, leg dan een natte krant onder de deksel van de bovenste bak, die vangt dan de luchtjes op.

Gebruikte bronnen: o.a. www.tuinenbalkon.nl

Gazononderhoud

Milieubelastend aan grasmaaien is het energiegebruik en de eventuele bemesting.

Energie: voor gazonoppervlakten tot ca. 100 m2 adviseer ik een handgrasmaaier. Goed voor de lichamelijke conditie en het milieu wordt niet belast met schadelijke verbrandingsgassen. Voor grotere gazons adviseer ik een elektrische maaier. Bij de elektriciteitsproductie komen minder schadelijke verbrandingsgassen vrij dan bij het maaien met een benzinemotor. Helemaal als u kiest voor zgn. groene elektriciteit op basis van winden zonne-energie (doen!). Verbrandingsgassen zijn zowel schadelijk voor het milieu als voor u. Als tweede keus geldt mijns inziens dus de benzinemotormaaier. Als u zo’n maaier al heeft is de meest schone keus het gebruik van Aspen-brandstof ipv loodvrije benzine. Aspen-benzine (www.aspen-benelux.nl). Behalve dat de brandstof veel gezonder is voor mens en milieu is hij ook beter voor de maaimachine. De eigenaar van de firma De Gazonmaaier aan de Rijksstraatweg ten zuiden van Haren vertelde me dat hij geen startproblemen meer had met maaiers nadat hij deze brandstof is gaan gebruiken en dat 40% van de kopers deze brandstof koopt omdat het beter is voor hun machine (60 % doet het voor de eigen gezondheid). Aspen kost zo’n 3,5 euro per liter. Ook geschikt voor andere motoren als motormaaiers, kettingzagen e.d..

Bemesting: door het gazon regelmatig op 3-4 cm hoogte te maaien is er niet teveel maaisel in een keer en kan het gewoon blijven liggen. Het maaisel wordt snel verteerd in de grasmat en voedt het gazon. Hierdoor is er eventueel alleen bekalking nodig ter bestrijding van mos. Als er toch maaisel wordt afgevoerd en er dus af en toe bemest moet worden om voldoende voeding in de grond te houden heeft gedroogde koemest de voorkeur boven kunstmest. De productie van kunstmest en het transport is erg schadelijk voor natuur ( mijnbouw) en milieu. Overigens biedt een gazon met wat weinig voeding in de grond meer perspectief voor leuke gazonplantjes.

Slakkenbestrijden

Heel frustrerend is als je met veel moeite wat gezaaid of een zaailing geplant hebt die niet veel later slakkenvoer blijkt te zijn geworden! Wat te doen? (en wat niet)

Om te beginnen: maak onderscheid tussen de slakken die planten eten en slakken die dood plantmateriaal en of algen eten. Tot de eersten, “de schadelijke” behoren de verschillende soorten naaktslakken en de segrijnslak. Tot de tweede, “de onschadelijke”, behoren de andere huisjesslakken als tuinslak, heesterslak, boerenknoopje etc..

Wel doen:

– Slakkeneters het naar de zin maken. Slakkeneters zijn oa. egels, kikkers, padden, sommige vogels, spitsmuizen, loopkevers, duizendpoten… .

– Slakken vangen. Slakken zijn vooral actief bij schemer en vochtig weer in het groeiseizoen. De slakken ver weg brengen, over de sloot zetten dan wel –helaas- te doden door ze in een keer plat te slaan/stampen. L Controleer evt. ook dag-/winterschuilplekken op donkere beschutte plekjes achter stenen, potranden, plankjes..

– Biervallen: Heel effectief: slakken zijn er dol op en verdrinken erin. Gebruik bijvoorbeeld een grote glazen pot met afdakje tegen de regen of een plastic frisdrankflesje van bijv. 33 cl. Laat bij het flesje de dop erop zodat het niet vol kan lopen met regenwater. Snijd het flesje onder de hals rondom door op een scharnierplek van ca. 1cm na (dit is om de slakken makkelijk uit het flesje te krijgen na afloop). Snijd vanaf de doorgeknipte lijn een gat van ruim van ca. een cm.om de slakken ingang te verschaffen. Vul de pot of het flesje voor eenderde met bier. Graaf vervolgens het flesje tot maximaal de helft in (hierdoor lopen andere dieren niet in de val). Een alcoholpercentage van 2% is voldoende.

– Begin met slakken bestrijden in de late winter als de temperaturen oplopen en de eerste zaailingen opkomen. De eerste klap is een daalder waard.

Niet doen:

– Gif strooien. Gangbare middelen hebben als werkzame stof methaldehyde. De dode slakken worden door egels, kikkers, vogels ed. gegeten en worden ziek of overlijden zelfs. Escargot van Ecostyle heeft dat bezwaar niet, maar is naar mijn ervaring niet afdoende. De segrijnslakken gaan naar mijn waarneming na consumptie ook niet in een soort winterrust, maar eten nog dagen door en lijken ziek te worden.

– Slakken over de schutting werpen oid, want ze zijn snel weer terug!

 

Wanneer planten water geven?


Geef niet midden op de dag water, want dan verdampt er direct ook weer veel en zouden er zelfs brandplekken op het blad kunnen ontstaan. Doe dit bij voorkeur vroeg in de ochtend of laat op de avond;
• Sproei zo min mogelijk op het blad, geef zo mogelijk water direct op de aarde. Vocht op het blad verdampt meestal voor een groot deel weer.

* Sproei liever één keer lang, dan meerdere keren kort. Bij kort sproeien komt het water alleen in de bovenlaag en verdampt vrijwel gelijk weer. Bij kort sproeien stroomt er geen  water dieper de grond in. Het idee is om de plant te stimuleren dieper te wortelen door de diepere ondergrond vochtig te maken. Verwende planten met alleen oppervlakkige wortels gaan dood als de tuinder in een droge periode afwezig is. Jonge plantjes die nog geen kans hebben gehad dieper te wortelen moeten iets vaker water hebben.

  • Nieuwe aanplant: dompel de kluit voorafgaand aan het planten onder in een emmer water tot dat de kluit net zwaar en doorweekt is (langer geeft kans op wortelrot)

Laat zo min mogelijk stukken grond kaal. Breng mulch aan van compost, tuinafval, om verdamping te verminderen.
Dek nieuwe zaaibedden af met een fijnmazige doek, om uitdrogen
tegen te gaan.
Zorg altijd voor genoeg organisch materiaal in de grond, zoals compost, bladaarde, zodat voldoende vocht kan worden vastgehouden.
Voor u water geeft, controleer dan eerst of het wel echt nodig is.
Voel hoe de bodem even onder de bovenlaag aanvoelt, is deze nog vochtig, blijft er grond aan de vingers hangen, dan is sproeien onnodig. Raadpleeg ook de buienradar en de website van het KNMI.
Geef selectief water, alleen die gewassen die het echt nodig hebben.
Graaf naast tomaten, pompoen, courgette en dergelijke plastic potjes of flesjes in die je regelmatig vult met water, dit zorgt voor water direct bij de wortels.
Gebruik evt. een regenmeter, om te registreren hoeveel water je geeft bij een sproeibeurt.
Schoffel na sproeien of een regenbui om de bovenlaag los te maken van de ondergrond, zodat het proces van verdamping uit de grond wordt tegengegaan.

Vergeet bij droogte ook de dieren niet.

Bij droog heet weer doe je de vogels in de tuin een groot plezier met hier en daar een bakje water om uit te drinken of in te badderen. Een vijvertje in de tuin is natuurlijk helemaal fantastisch. Leg ook af en toe wat fruit, bijvoorbeeld appels met lelijke plekjes, neer voor de merels.

Hoe regenwater opvangen in de tuin?

 

Inhoud:

  1. Redenen om regenwater in je tuin op te vangen
  2. Hoe regenwater te gebruiken in de tuin?
  3. Regenwater gebruiken voor toilet en wasmachine
  4. Hoeveel regen valt er in Nederland?

 

  1. Redenen om regenwater in je tuin op te vangen:

– Tegengaan riooloverstort: bij zware buien en veel verhard oppervlak kan het riool de toevloed niet verwerken, waardoor geregeld ongezuiverd rioolwater in het oppervlakte water wordt geloosd , maar waardoor ook straten en mogelijk zelfs kelders, huizen kunnen overstromen. Hoe meer rioolwater hoe hoger de kosten van de rioolwaterzuivering(-s heffing);

 

– De natuur verdroogt;  het grondwater wordt enerzijds te weinig  aangevuld met regenwater, anderzijds in de zomer opgepompt  voor landbouw . NB in vroege voorjaar wordt voor de landbouwveel water wordt afgevoerd  naar zee, om snel met de machines op het land te kunnen. Water wat zo niet de kans krijgt de bodem in te trekken.

– Nederland versilt: Door minder zoet grondwater  dringt er steeds meer zout grondwater binnen wat schade geeft aan  natuur en landbouw.

  1. Hoe regenwater op te vangen in de tuin?
  • Meer vegetatie, minder bestrating: hoe meer open grond hoe meer ruimte voor het regenwater om de bodem in de kunnen, maar ook  hoe meer groen, hoe meer  bladoppervlak en hoe meer water blijft hangen aan de bladeren: riool en tuingrond wordt daardoor trager en minder belast.  Beperk de oppervlakte  terras en paden tot wat  gewoonlijk nodig is:   voor incidentele feesten en partijen kan je een aangrenzend gazon aanleggen/gebruiken;
  • Dakvegetatie: planten en substraat /grond zorgen dat het regenwater deels wordt vastgehouden en dat minder snel het riool wordt belast. Hoe dikker de grond-/substraatlaag, hoe meer waterbuffer  (maar hoe zwaarder ook de dakbelasting);
  • Regenton:

  Zet een ton op een verhoging zodat je een gieter onder het kraantje kan zetten; – een regenton zonder goede deksel kan een broedplaats voor muggen worden (plaats evt. gaas) ; – pas op voor  vorstschade en zorg  dat de ton leeg de winter ingaat; – met een  regenwaterautomaat leidt je regenwater van de regenpijp in de ton en als de ton vol is stroomt het water door naar het riool. Er zijn verschillende types in de handel.

 Regenwaterautomaat

Wadi: Een tuinwadi is een tot max. 30 cm verlaagde plek in de tuin waar het regenwater zich tijdelijk kan ophopen en van daaruit de bodem in kan zakken.  Regenwater kan zo  het grondwater aanvullen wat ten goede komt aan de natuur, het drinkwater, de landbouw (zie inleiding). Voor het vullen van de wadi kan je bv een gootje maken vanaf de regenpijp. Met behulp van een regenwaterklep kan je de toevoer naar believen regelen.  In een wadi kan je vochtminnende oeverplanten zetten als kattenstaart, moerasspirea, koninginnekruid, lange ereprijs, gewone wederik, moeraswolfsmelk, valeriaan, adderwortel. Zij kunnen echter niet tegen langdurig onder water staan. Water moet liefst na 48 uur zijn weggezakt. Regenwaterinfiltratieproef: graaf een kuil van 15 diep, vul deze met water: als de kuil na 24 uur droog is draineert de tuin goed genoeg.  Een andere methode is om  de samenstelling van de grond te testen door een kluitje in de hand tot een sigaret te rollen: als dat lukt is de grond te kleiig. NB het water moet niet naar het huis en niet naar de buren kunnen stromen. Zorg voor flauwe hellingen. Voor een goede werking moet het grondwaterpeil in de zomer niet hoger zijn dan 60cm onder het maaiveld.

 

Foto: regenwaterklep

 

 

 

 

  • Vijver geen wateropvang!:  soms wordt gedacht dat een vijver een goede wateropvang is, maar dat klopt niet: vijvers hebben meestal een foliebodem en regenwater wat op de vijver valt kan dus op die plek niet de grond in. Erger is dat in droge periodes de vijver wordt aangevuld met kostbaar drinkwater.  Kostbaar drinkwater kan bovendien in droge periodes uit de vijver getrokken/geheveld worden door de omliggende grond  als  deze grond  over de folierand heen ligt en contact maakt met vijverwater/-grond.  De vijver  kan hooguit  door het regenwater wat aangevuld, maar vaak staat het  water al bijna bij de rand.
  • Waterdoorlatende verharding .

Het lijkt het ei van Columbus: wel een terras, oprit, pad, maar ook infiltratie van regenwater. Het kan soms werken, maar waar het werkt kan ook een onkruid probleem ontstaan.

 Foto: grastegel.

Voor waterdoorlaatbaarheid moet de grond open zijn en wanneer er vaak overheen wordt gereden of gelopen dan kan de toplaag verharden en slecht waterdoordringbaar worden. Anderzijds als de toplaag open is, dan is het voor zaden makkelijk om te ontkiemen en op een verharding wil je dat vaak niet, omdat het hinderlijk is of onverzorgd staat. Dit laatste valt in theorie te ondervangen door juist het aanplanten van tredplanten (leuke lage planten die tegen betreding kunnen, maar waar je wel tussen zult moeten wieden). Een oplossing kan wellicht zijn om de plantgroei tussen de verharding te maaien.

Grind, split, houtsnippers etc. zorgen dat het regenwater makkelijk de grond in kan. Probleem kan wel zijn dat er een onkruidprobleem ontstaat, omdat na enkele jaren er grond en zaden in terecht komen die gaan ontkiemen. “Onkruiddoek” onder het grind werkt niet, omdat het folie drainagegaatjes heeft waar de plantenwortels gewoon doorheen groeien. Bij grind (wat een milieubelasting heeft aan transportenergie) zit na verloop van tijd zoveel grond dat je het eigenlijk zou moeten wassen om weer opnieuw te kunnen beginnen, maar dat is haast ondoenlijk en heeft tijd/geld/milieu consequenties. Houtsnippers/ schors moeten jaarlijks worden aangevuld en wanneer ze verteren ontstaat een steeds dikkere laag die modderig kan worden bij nat weer.

Schelpen hebben een open structuur, maar worden vaak platgedrukt om het lopen/ fietsen te vergemakkelijken waardoor de waterafvoer weer minder wordt. Vanuit de randen kan de beplanting  het pad in groeien.

 

Foto: Hoe meer  voegen en hoe  breder, hoe meer plek voor onkruid. Met bredere voegen wordt het verband minder en zullen er eerder tegels scheef gaan liggen als er zwaar verkeer over gaat.

 

 

 

  • Hoogteverschillen Hoogteverschillen maken een tuin interessanter om naar te kijken en doorheen te lopen. Hoogteverschillen zorgen voor verschillende plantenmilieu’s: lage vochtige plekken waar vochtminnende planten goed tot hun recht komen en droge plekken voor planten die tegen droogte kunnen. Bedenk dat bij hoogteverschillen je de hoeveelheid regenwater in de lage plekken concentreert en dat er per saldo minder oppervlak/gelegenheid is om het water af te voeren: aandachtspunt is ook dat de lage plek langer nat is, wat invloed heeft op de betreedbaarheid. Ook voor vochtminnende beplanting kan het te extreem worden om meerder dagen onderwater te staan en dan weer tijden erge droogte te hebben. Het is voor het behoud van het huis goed als het water van het huis wegstroomt. Op de hogere plekken
  • Infiltratiekratten Onder de grond kunnen kratten worden ingegraven voor de tijdelijke opvang van regenwater. Vanuit de kratten kan het water langzaam de bodem in zakken.  Voordeel is dat het je geen tuinoppervlak kost. Er bestaan lege kratten en kratten gevuld met grind. De kratten zonder grind hebben meer bufferruimte en het scheelt ook weer transport van zwaar grind. De kratten worden verpakt in filterdoek/geotextiel. Nadeel of voordeel van het plastic/kunststofdoek is de productie en het kan op den duur ook dichtslibben. Nadeel van het krat is dat je grond overhoudt van waar het krat wordt ingegraven. Een nadeel als het wordt afgevoerd (transportenergie) een voordeel als je er hoogteverschillen / reliëf mee kan maken in de  tuin (zie boven)In de bodem van de verlaging is een grindkoffer ingegraven: een hoeveelheid grind ingepakt in filterdoek.

Foto: infiltratiekrat

 

 

 

  • Irrigatieslang

 

 

  1. Regenwater gebruiken in huis

Veel water en milieubesparing valt te bereiken door het gebruik van regenwater voor wasmachine en toilet!  Regenwater is ten opzichte van leidingwater zeer kalkarm en daardoor beter voor de wasmachine en geeft zachter wasgoed. Doordat het water over het dak stroomt waar ook vogelpoep op kan liggen is het niet geschikt als drinkwater of voor de schoonmaak.

 

 

Bedenk dat er van de plaats van de ondergrondse wateropslag  heel wat grond vrijkomt dat liefst in de tuin een plek moet krijgen om grondtransport e vermijden en dat om het vat heen losse grond moet komen om het vat te fixeren (bij kleigrond betekent dit aanvoer van zand). Het grondwaterpeil moet niet zo hoog komen dat een niet (geheel) gevuld vat omhoog duwt.

 

 

 

 

  1. Hoeveelheid regenwater valt er in Nederland?

In Nederland valt zo’n 85 cm per jaar. De gemiddelde bui is zo’n 5 a 10 mm. Een zware bui  zo’n 10-20mm. 10 mm neerslag betekent 10 l water per vierkante meter. Van een dak van  10 x 10 m, komt dus 1000 liter water.  Extreme stortbuien en langdurige regenperiodes gaan steeds meer voorkomen en buien van bv  150 mm per dag zijn heel goed mogelijk en waar laten we dat water dan?

_________________________________________________________________________________________________________

Hoe regenwater opvangen in de tuin?

_________________________________________________________________________________________________________

Snijbloemen: aanschaf en verzorging

Hieronder enkele tips naar aanleiding van de campagne “Blije Bloemen”: bloemen welke geproduceerd zijn met respect voor mensenrechten en milieu. Het is een understatement dat er bij veel gangbare bloementeelt het een en ander mee mis is. Tips over:

  • Bloemen uit eigen tuin
  • De aankoop van de meeste “blije bloemen”
  • Hoe je bloemen op vaas het langste goed houdt.

Bloemen uit eigen tuin

Forsythia foto: onlinetuinieren.nl

In het groeiseizoen is het waarschijnlijk vrij eenvoudig een leuk boeketje uit eigen tuin te halen (NB 1 of enkele bloemen in een mooie vaas is vaak net zo decoratief), maar in de winter is dat lastig tenzij je een struik hebt die in de winter of het vroeg voorjaar bloeit als winterjasmijn, forsythia, viburnum var. etc.: takken hiervan kunnen al voor de bloei op vaas gezet worden voor bloei in huis. Wellicht dat de bloemist ze anders heeft.

 

De aankoop van de meeste “blije bloemen”

Kies bloemen die lang mee gaan, bijvoorbeeld amaryllis, flamingobloem of chrysant. Narcissen, irissen en tulpen gaan minder lang mee. Koop ook bloemen aan bij een goede bloemist of rechtstreeks bij de teler om lang van je bloemen te genieten. Seizoensbloemen zijn minder bespoten en komen vaak van minder ver weg:

Koop liefst lokaal geproduceerde (biologische)bloemen. Ik kan hierbij verwijzen naar Cathrien Bloemen welke via Tuiniersbedrijf De Klaproos prachtige onbespoten bloemenboeketten verzorgd en bezorgd en dat voor 15 euro per bos! Tot een dag van te voren kan er besteld worden via tel. nr. 06-34510912. Boeketten zijn plus minus leverbaar van april t/m oktober. Voor voorbeelden van haar boeketten zie boeket 1 en boeket 2.

Wil je zorgen voor meer welvaart in de arme zuidelijke landen koop dan bloemen met een fair trade label: FLP , Max Havelaar of FFP (vergt wel veel vliegtuigbrandstof).

Bloeiende planten en bollen in een pot gaan ook lang mee. Een paar bloemen, of één bloem, in een mooie vaas is vaak net zo decoratief als een grote bos (!)

Hoe je bloemen op vaas het langste goed houdt.

Zorg ervoor dat de bloemen tijdens het transport niet te lijden hebben van beschadiging, koude of warmte.

Snij direct na thuiskomst of ontvangst ca. 1 á 2 cm van de steel af (hyacinten niet afsnijden). Doe dit met een scherp mes en onder een schuine hoek van 45 graden. Snij bij een ingedroogde houtige steel 5 á 10 cm. van de steel af. Een extra lange insnede of aansnijding maken is zinloos en geeft meer bacteriewerking. Snijd bij bolgewassen het witte ondereind van de steel af (behalve bij de hyacint). Bij Hyacinthus moet het onderste bolbodemdeel aan de steel blijven. Snijd het ingedroogde einde van de steel af. Snijd nooit een bloem af op de plaats van een stengellid. Stelen met een scherpe snoeischaar afknippen is ook goed.
Doe in een schone vaas schoon koud (kraanwatertemperatuur of kouder) water met een geëigend verzorgingsmiddel. Zet Bouvardia en Dendranthema de eerste keer op koud water van enkele graden Celsius.

Zet houtige gewassen, Euphorbia, Mimosa, Helianthus eventueel op gewoon koud water en snijd bij Euphorbia het eventueel verbrande deel er af. Warm water wordt door houtige soorten soms schijnbaar gemakkelijker opgenomen, maar koud water is meestal het beste. Heet water is fout. Houdt bij Mimosa nog enkele uren de zak over de bloemen zodat ze beter open komen.

Plaats direct na het afsnijden de bloemen in de vaas.

Indien de bloemen bij ontvangst slap zijn of het te koud hebben, snijd dan 5 cm van de steel af en laat ze in papier (liefst watervast) ca. 3 uur in een koele ruimte water opnemen en herstellen.

Verwijder altijd overtollig blad en onvolgroeide of overbodige zijscheuten.

Zet de bloemen niet op de tocht, niet in de zon en niet boven de verwarming.

Snijd bij sterk watervervuilende bloemen, om de 2 á 3 dagen opnieuw een stukje van de steel af en plaats de bloemen opnieuw in schoon water met Chrysal. Maak de vaas weer goed schoon. Dit is vooral van belang als bloemen warm staan of als er sterk watervervuilende bloemen worden gebruikt. Als in het hele traject Chrysal is gebruikt kan het opnieuw afsnijden meestal achterwege blijven.

Snijd bloemen met een zachte steel altijd met een scherp mes schuin af. Knippen met een botte tang beschadigd de steel en daardoor kan deze nauwelijks meer water opnemen. Knippen met een scherpe tang is niet echt bezwaarlijk.

Schrap nooit de stelen kaal, breek ze niet af en sla ze ook niet plat, snij ze niet in de lengte in.

Geef uw vaas bloemen of het bloemstuk elke dag water; vul een bloemstuk altijd direct na ontvangst bij met water met daarin een verzorgingsmiddel.

Plaats bloemen niet in een blank metalen vaas of emmer. Als ijzer met een snijbloemenvoedsel in aanraking komt dan ontstaan door de hoge zuurgraad schadelijke stoffen; metalen gaan oxideren. Plaats een plastic binnenvaas of verf de vaas aan de binnenzijde met een zuurbestendige verf of coating.

Glazen vazen zijn ideaal voor bloemen omdat de waterstand en de kwaliteit van het water gemakkelijk kan worden gecontroleerd. Ook het schoonmaken is door de gladde structuur gemakkelijk. Wel kan door leidingwater kalkaanslag ontstaan, dit kunt u verwijderen met azijn.

Combineer trekheesters zoals seringen (in de wintertijd) alleen samen met andere houtige gewassen indien u seringenchrysal gebruikt. Dit middel verdunt het water en bevat een aangepaste voedingstof. Indien u andere bloemen in dit middel plaatst dan nemen deze te veel water en voeding op en vergiftigen zichzelf waardoor ze snel vergelen en verdrogen. Indien u een universele Chrysal gebruikt kunt u alle bloemen combineren.

Wees voorzichtig met het gebruik van bladglansmiddelen. Indien deze dik worden aangebracht zal het blad sneller vergelen en korter houdbaar zijn. Het geeft ook een lelijk effect.

Maak emmers, vazen, schalen direct na gebruik altijd goed schoon met Chrysal Cleaner of een biologisch middel, heet water en een borstel doen al wonderen. Zet ze ondersteboven te drogen.

Fabeltjes

Er zijn een groot aantal ‘waar of niet waar zijnde, verzorgingstips een eigen leven gaan leiden. Het volgende moet u beslist niet doen:

• koperen munt in het water
• jenever in het water
• zout in het water
• afbreken van de steel
• kruisvormig insnijden van de steel
• stelen plat slaan
• inkepen van de steel
• afschrappen van de steel
• koken van de stelen; dit leidt tot ernstige schade
• stelen in heet water zetten of dichtbranden

De campagne Blije Bloemen wil consumenten bewust maken over hoe bloemen mensenrechten en milieu kunnen schaden. Weinig mensen weten dat een groot deel van onze bloemen in ruikers uit het Zuiden komen, laat staan dat ze weet hebben van mensonterende omstandigheden waarin deze symbolen van vriendschap en genegenheid soms geproduceerd worden. Bovendien heeft de bloementeelt en –distributie veelal negatieve effecten op het milieu, zowel hier als in het Zuiden.

De Blije Bloemencampagne ijvert voor een respectvolle behandeling van alle werknemers in de bloemensector waar ook ter wereld én voor een verantwoord gebruik van pesticiden. Iedereen kan als consument een halt toeroepen aan de wantoestanden in de bloemensector door bewuste keuzes te maken.
Steek je kop niet in het zand en kies voor Blije Bloemen! www.blijebloemen.be

Bloembollen: aanplanten – gifgebruik

Bloembollen zorgen met hun vroege bloei voor een fijn lentegevoel, voorbode van warmere dagen met groei en bloei van leven! In dit item aandacht voor Aanplant (hoe en wat) en Gifgebruik in de gangbare bollenteelt.

Aanplant:

– Beste planttijd: voor voorjaarsbloeiers half augustus- half oktober. Dit geeft de bollen gelegenheid goed wortel te schieten.

– Plantgat diepte: in zware grond 2x de boldikte in lichte of erg droge grond 3x de boldikte

– Wat: Gazon: Boeren crocus (Crocus Tommasianus -de kleine variëteit): bloeit vroeg en zaait zich prettig uit waardoor een mooie lila deken ontstaat. Het loof is alweer bijna afgestorven als het gras aan de eerste maaibeurt toe is. Bosplantsoen/ borders: Favorieten bij mij zijn bosanemoon (Anemone nemerosa), vingerhelmbloem (Corydalis solida) holwortel (Corydalis cava), kleine narcissen als N. tet a tet (deze geven niet van die grote bladeren die nog lang detoneren na de bloei). Op vochtige plekken zijn kievitsbloemen heel leuk ( Fritillaria meleagris). 

– Wat niet: ik zou terughoudend zijn met de aanplant van veel soorten bij elkaar: het geeft mij een “kermis” effect/ te bont/ te onrustig. Sommige soorten als wilde hyacinth (Scilla non-scripta) en alliumsoorten (bv daslook) kunnen enorm gaan woekeren: als het loof dan is afgestorven in juni blijft er een kale plek over.

– Bijzondere soorten: afwijkende / nieuwe soorten lijken vaak meer de moeite waard. Bedenk wel dat zeker als de bollen duur zijn de teelt waarschijnlijk lastig is en de kans dat de bol aanslaat in de tuin klein is.

Gifgebruik bollenteelt:

Denk je goed bezig te zijn door vroeg in het seizoen al de insecten aan nectar te helpen, kan je een averechts effect krijgen doordat de bollen behandeld zijn met insectenbestrijdingsmiddelen!

 Volgens Pesticide Action Network (PAN-NL)  is het zeer waarschijnlijk dat de bloembollenteelt bijdraagt aan de teruggang van het aantal insecten. Dit concludeert de organisatie nadat zij op diverse bloembollen verboden bestrijdingsmiddelen heeft aangetroffen. (05-10-2021)

De organisatie kocht bloembollen bij diverse grote tuincentra en op internet. Het ging om bloembollen van tulpen, narcissen, krokussen en blauwe druifjes. Daarbij werden diverse bestrijdingsmiddelen aangetroffen, waaronder stoffen die in de gehele Europese Unie verboden zijn. 

Volgens PAN-NL is het gebruik van bestrijdingsmiddelen de norm binnen de bloembollenteelt. De vraag naar biologische bollen neemt toe, maar desondanks is slechts één procent van alle bollenvelden bestemd voor biologische bloembollenteelt. Ook het programma Zembla heeft in eerdere jaren aandacht besteed aan het gebruik van landbouwgif in bollenstreken, zoals hier te zien is.

Door het teveel aan gebruik van giftige chemische bestrijdingsmiddelen komt onder andere onze drinkwatervoorziening in gevaar. Chemische bestrijdingsmiddelen hebben ook een negatieve invloed op de biodiversiteit. De wilde bij en de honingbij hebben erg te lijden van bijvoorbeeld het bestrijdingsmiddel Imidacloprid. De bij is belangrijk omdat zij zorgt voor de bestuiving van allerlei gewassen, bloemen, planten, struiken en bomen.

Verlichting in de tuin

Platform Lichthinder heeft een folder gemaakt met tips over het toepassen van tuinverlichting. Het komt vaak voor dat verkeerd afgestelde lampen voor hinder zorgen bij buren, of onnodig branden. De folder geeft praktische richtlijnen en laat zien hoe eenvoudig het is om verantwoord te verlichten.

qqq volgt nog >> de folder (kleine pdf, 424 KB)

Plastic-soep ook door tuinieren!

De omvang van de plasticsoep wordt geschat op een half procent tot acht procent van de oceaan. 700.000 -15.000.000 km2 (tientallen x Nederland). Tachtig procent van de vervuiling komt van het land, en circa twintig procent van schepen). Via het riool komen plasticdeeltjes in het oppervlakte water en gaan dan naar zee. Ik vrees dat de plasticvervuiling zo goed als niet te stoppen is en dat we onze hoop moeten vestigen op schimmels en bacteriën. Recent onderzoek bij De Universiteit Utrecht en Livin Studio biedt hoop, maar dan wel voor verzameld plastic in een gecontroleerde situatie. Voor de mensen die zich medeverantwoordelijk voelen voor de vergiftiging van onze leefwereld de volgende aandachtspunten:

Microplastics welke kunnen ontstaan bij het tuinieren:
-(S)trimmers en bosmaaiers met plasticdraadjes die afslijten
-Plastic bezems en harken slijten (alternatief houten bezem)
-Plastic binddraad en bordjes aan planten welke in de bodem belanden en uiteenvallen door temperatuur

-Graszoden worden soms verkocht met “netting” een dun plastic gaas wat mee de grond in gaat;
-Slijtage/rafels van onkruiddoek (wat overigens helemaal geen onkruidwortels tegen houdt en daardoor aan de randen bij het wieden omhoog getrokken wordt en lelijk zichtbaar )
-Vetbol -en pindanetjes en allerhande plastic draad en kunststof frutsels aan kransen e.d.
-Kunststofhandschoenen;
-Plastic wat over de bestrating wordt getrokken en slijt als plastic manden, stoelen, emmers;
-Zagen en boren in plastic als gerecyclede palen (alternatief zaagsel binnen opvangen en afvoeren)

Informatie over plasticsoep op Wikipedia

Effect op het leven
De drijvende plasticdeeltjes lijken sterk op zoöplankton, waardoor ze vaak worden opgegeten door kwallen of vissen die op grotere dieptes leven en ’s nachts aan de oppervlakte voedsel zoeken. Op die manier komen ze in de voedselketen terecht. In monsters genomen in 2001 bleek de concentratie plasticdeeltjes in de soep groter te zijn dan de concentratie zoöplankton. Veel plasticdeeltjes komen via de voedselketen terecht in de magen van vogels en dieren, waaronder zeeschildpadden en de albatros. De gevolgen hiervan verschillen van vergiftiging, een verstopte maag tot verstoring van de hormoonhuishouding bij deze dieren. Australische wetenschappers voorspellen dat in 2050 99% van de alle soorten zeevogels problemen hebben met zwerfplastic (PNAS 31 aug. 2015).
Wetenschappers maken zich in toenemende mate zorgen om microplastics. Deze kleine stukjes plastic, soms zo klein dat ze met het blote oog niet te zien zijn, zijn verwerkt in tientallen verzorgingsproducten. Vissen kunnen vaak het onderscheid niet maken tussen voedsel en microplastics. Ook plankton en schelpdieren krijgen microplastics binnen. Giftige stoffen hechten zich gemakkelijk aan plastic en komen zo in het lichaam van dieren terecht. Gevreesd wordt dat die gifstoffen zich ophopen in de voedselketen. Als mensen vis eten, bestaat dus het risico dat we gifstoffen binnen krijgen.
Meer info/ actie: www.plasticsoupfoundation.org

Lavendel gebruiken

Lavendel wordt het meest gebruikt voor geurzakjes, potpourri’s en cosmetische artikelen, maar de bloemen zijn ook geschikt om culinair te verwerken. Bijvoorbeeld in jam, ijs en gebak.


Recept voor ca 250 g. Lavendelkoekjes

Ingrediënten:
140 g zelfrijzend bakmeel
100g (room)boter, plus wat extra om bakplaat in te vetten
80 g suiker
2tl fijngemaakte verse lavendelbloemen  dan wel 1 tl gedroogde

Werkwijze:
-Oven voorverwarmen op 180 graden
-Boter en suiker mengen in een kom
-Voeg meel toe en kneed tot het niet meer plakt
-Bestuif het aanrecht met wat meel
-Rol het deeg uit tot een plak van 4 mm dik
-Strooi de lavendelbloemen over de deegplak en rol ze licht in met de deegroller
-Druk met een vormpje koekjes uit het deeg
-Leg de koekjes op een ingevette bakplaat
-Bak de koekjes goudbruin in 15-20 minuten.

Bron: Groei&bloei juli 2007

IJsvrijhouder vijver

Als het langdurig door vriest is het voor vijverbezitters van belang om een wak in het water te houden. Doe dat niet met een bijl want de schokgolven zijn zeer schadelijk voor vissen en misschien ook andere beesten.

In een natuurlijke poel vindt gasuitwisseling plaats via de bodem en het grondwater. In een folievijver kan deze gasuitwisseling niet. Onderwater groeiende planten kunnen als de ijslaag niet te dik is en er geen sneeuw op het ijs ligt nog wat zuurstof produceren. Bij een te hoog niveau aan schadelijke gassen en een tekort aan zuurstof sterven kikkers en salamanders. Vissen kunnen wat meer hebben.

Koop anderhalve plaat piepschuim/ tempex 50×100 cm en 5 cm dik.
De twee onderste 50 x 50 cm hebben een groot gat van 30×30 cm
De derde laag (50 x 50) heeft een gat van 20×20 cm.
Schroef de platen in de hoeken aan elkaar.
De deksel maak je van de uitgesneden ronding (30 x 30) van 1 de onderste twee platen en die zet je met 1 spijker in de hoek vast boven het 20 x 20 gat van de derde laag zodat je hem weg kan draaien. Zo kun je het wak controleren en zorgen dat de lucht regelmatig ververst.
Alleen bij strenge vorst komt er hooguit een dun ijslaagje op het wak dat je gemakkelijk met een stokje kunt openhouden.

U kunt de ijsvrijhouder ook kant-en-klaar bij mij bestellen.

Vlinders redden in de winter

Vlinders redden
Kleine vossen en dagpauwogen overwinteren als volwassen vlinder graag in schuren en huizen. Grootste bedreiging is dat ze uitdrogen of door fysieke verstoring en/of de warmte te vroeg aktief worden.  Zet ze daarom voorzichtig op een betere plek als dat nodig is.  De vlinder bij het lijf aan de vleugelbasis op pakken of door de vleugels te klemmen tussen wijsen middelvinger. Breng ze naar een (kap)schuur of berging of evt. onverwarmde ruimte in huis. Buiten is de kou niet zozeer het probleem, maar meer dat ze niet in contact moeten komen met winterse neerslag. Het beste kan de evacuatie ’s avonds plaatsvinden, dan hebben de vlinders de minste neiging om actief te worden. Zet ze op een wat ruw oppervlak  waaraan ze zich vast kunnen pakken en waar niet teveel spinnen en spinnenwebben in de buurt zijn.

Actieve wintervlinders
Er is een aantal vlinders die gedurende de winter actief blijft. In nachten dat de temperatuur niet te ver onder nul komt, gaan deze nog op pad om voedsel te vinden. Klimop is een van de weinige planten die nu nog bloeit en daarop kun je deze vlinders vinden. Een heel opvallende en algemene soort is de agaatvlinder. De vlinder heeft een karakteristieke geplooide rand en is groot en prachtig gekleurd. Hij komt overal in Nederland voor en is tot begin december te vinden. Zelfs midden in de winter wordt de soort nog wel eens aangetroffen.

Agaatvlinder op bloeiende klimop
Agaatvlinder op bloeiende klimop

De afgelopen weken was het al druk op de klimop. Veel zweefvliegen, bijen en wespen maakten dankbaar gebruik van de rijkelijk gevulde dis. Inmiddels is het flink kouder geworden en veel insecten zijn nu verdwenen. Voor een deel zijn ze dood en voor een deel zijn ze in overwintering gegaan en dan hebben ze ook geen voedsel meer nodig.

Zwartvlekwinteruil

Ook de zwartvlekwinteruil is vanaf nu te vinden en momenteel heb je op klimop nog een goede kans om de soort te zien te krijgen. Hij vliegt van oktober tot eind april in één generatie. Als het niet te hard vriest blijven de vlinders de hele winter actief. Ze komen matig op licht af, bezoeken bloemen en fruit en worden ook aangetrokken door sap van bloedende bomen. Je kunt ze nu nog vinden op de laatste bloeiende klimop. Soms worden vlinders rustend tussen opgestapelde oude dakpannen of houtblokken aangetroffen. Als de laatste klimop ook is uitgebloeid wordt het moeilijker om vlinders te vinden.

Met dank aan Kars Veling, De Vlinderstichting

Kerstbomen

Een “echte” of een kunstboom?
Overwegingen en verzorgtips.

Kunstkerstboom
Gemiddeld wordt een kunstkerstboom zes jaar gebruikt, daarna gaat hij naar het afval, terwijl hij bijna levenslang dienst zou kunnen doen. Milieu Centraal, de onafhankelijke keuringsdienst van de Rijksoverheid, gaat ervan uit dat een kunstkerstboom minimaal 9-17 jaar (afhankelijk van het type) gebruikt moet worden om een even grote milieubelasting te geven als een eenmalig gebruikte echte boom.

Echte boom
Als de boom eenmalig gebruikt wordt is het beter voor het milieu om een boom zonder kluit te kopen. Wil je de boom later in je eigen tuin zetten of is het een “leenboom” (zie onder) koop dan een boom met een grote, vochtige kluit. Het beste is een boom die in de pot is opgekweekt vaak te zien aan de wortels die door de onderkant van de pot groeien. Nordmannsparren overleven de verplaatsing meestal niet in tegenstelling tot veel fijnsparren, blauwsparren en vooral Koreaanse sparren. Een alternatief is een dwergspar (Picea glauca Conica) of dwergconifeer. Deze zijn bij de aanschaf wat duurder, maar ze zijn erg sterk, kunnen  jaren meegaan in een pot of kleine tuin of op balkon.
Nordmannsparren zijn trouwens duurder dan andere kerstbomen , omdat ze langzamer groeien. Een boom van 2 m is 11-13 jaar oud. Kweek vind veel plaats in het Sauerland en Denemarken. Oorspronkelijk komt deze soort uit het Kaukasus gebergte van Georgie waar de bomen 60 m hoog en 500 jr oud kunnen worden.

Verzorging binnen
Zet de boom liever niet naast de verwarming en geef regelmatig water. Je kunt de luchtvochtigheid rond de boom vergroten door een bakje water eronder te zetten. Laat de boom liefst wennen/acclimatiseren op een “tussenplek” bij de verhuizing van buiten naar binnen en omgekeerd.
Met dank aan Velt,  tijdschrift Seizoenen

Bewaren tot volgend jaar
Een kerstboom kan terecht in eigen tuin, liefst in lichte schaduw of in een kerstbomenasiel. In Groningen is “Tuin in de stad” daarmee aktief.
Tuinindestad kan dit jaarlijks zo’n 250 adoptiebomen leveren. De voorraad wordt aangevuld met de kerstbomen van Jaap Bolhuis (uit Haren). Scheelt een stuk in transportkilometers (veel kerstbomen in Nederland worden geïmporteerd uit Denemarken of nog verder weg).

De kosten waren in 2013, afhankelijk van de grootte van de boom, 15 tot 30 euro. Overige kosten statiegeld: 10 euro , bezorgen of ophalen: 5 euro (binnen de stad), 10 euro (buiten de stad).

Ontdek de tuin bij nacht!

De nacht kan een tijd zijn vol sprookjesachtige serene schoonheid, een tijd van verstilling, verwondering en genieten! Sterrenkundigen en natuurorganisaties organiseren daarom jaarlijks activiteiten in oktober tijdens “De Nacht van de nacht”. www.nachtvandenacht.nl

Ook in de eigen tuin kan genoten worden van de kwaliteiten van de nacht, waarvan de volgende fragment getuigd uit het boek: Het geluk van de tuin/ Pieter Verhagen, 1945

“Onze werkdag wordt door dageraad en avondschemering passend omlijst. In de avond daalt ontspanning als een soort late wijsheid over ons. We kunnen een ogenblik met rustige sereniteit weer aanschouwen. Ik begrijp alleen niet goed waar de spanning van de dag vandaan komt. Het klare ochtendlicht is er ver van af, de dag lijkt erin te groeien, ongemerkt. Met werken heeft het niet te maken. Ook op luie dagen maakt de avond ons los van allerlei zwakbewuste verbintenissen, misschien ook bekommernissen en bezinkt er een serene dankbaarheid in ons gemoed. De mijmering verstilt, het geheugen verbleekt, het willen en dringen vertraagt. Wij berusten en geven ons over. Zo wordt de nacht en zijn leegten bij ons ingeleid.

Op gezette tijden verkeert dit weer in een wondere wereld van het maanlicht. Shakespeare spreekt ergens van het maanlicht dat slaapt op de bladeren. Je stelt je een maannacht stil en onbewogen voor. Een maannacht met jagende wolken voor langs de maan en druisende winden door takken en straten blijft door al die geluiden en beweging aan de dag verwant. Hij is een bleke uitgave van de dag en mist juist het wonderlijke. De stille maannachten zijn de ware. Alles staat in een strakke maar broze, angstig breekbare gespannenheid, en je verwacht, verlangt elk ogenblik een geluid, dat alles zal ontspannen, maar dat uitblijft. Er zijn niets dan de ritselingen van de stilte te horen. Je wandelt in een wereld waarin een spanning van de natuur lijkt blootgekomen, die overdag diep bedolven en overwoekerd wordt door het voortstuwende gedrang van al wat groeit. Die stuwende stromen van kiemen en uitlopen en bloeien, die overdag ons oog vangen, lijken gestild, een geheimzinnige spanning als van een ragdunne snaar ligt open. Soms breekt de roep van een héél verre vogel de stilte, losse geluiden komen versterkt over; maar de spanning blijft. Met al het luisteren en kijken naar de vervreemde en toch welbekende dingen blijft het een wantrouwend afwachten van iets wat niet komt. Onvervuld lijkt de tijd te verstrijken over een verstarde, betoverde wereld.

De volgende morgen is alles weer bij het oude; alleen wil het weleens dat je in de vroegte, nog rillerig door de tuin lopend, de fijne berijping van het gras en de bladen op de grond ziet, en deze laatste sporen van de maannacht begrijpt, als een soort uitgekristalliseerd maanlicht. (…)

In de vage schemeringen van gewone nachten (‘aarde’-donker is het maar zelden) is het ook weleens aardig door de tuin te lopen, letterlijk voetje voor voetje, want je loopt op het tastgevoel van je voeten, die je ogen nu vóór zijn. Je herkent maar moeilijk een punt of een bloempol, maar ruikt des te scherper de heerlijke aroma’s en geuren van het jaargetij.
Hoog over klinkt klagelijk vogelgefluit van overtrekkers, of dichtbij murmelt een vogel een zachte kreet, of een korte strofe, als dromend. Na de indrukken waarmee de dag ons overstroomt, maken ons deze enkele onzekere geluiden vertederd en week. Wij horen er opborrelingen in uit een verborgen leven van een weldadige harmonie, waar wij even iets van mogen meemaken.”

___
ochtend schemer
geleidelijk wordt het gras
weer groen 

Max Verhart

___
Koude herfstnacht

Een vlucht ganzen trekt zuidwaarts
Op naar gastvrij land? 

Lichtende wolken
Snellen door duistere nacht
Ik sta er, verstild

Michiel Coesèl

Gedichten

Een tuin is meer dan er staat

een tuin is meer dan er staat
de groei van vroeger
groei die komen gaat
wandelen in een tuin
is dwalen in een ruim geheugen
alles heeft herkomst
verre plekken die herinnerd blijven
banden met vrienden
sommige dood maar hier onsterfelijk
jaarringen
de tuin ben jij

Dick Hillenius
_____
De tuin

Ik heb een tuin, maar ook weer niet.
Natuurlijk hoort hij bij het huis,
met geld gekocht, en wat je ziet:
het gras, de bloemen in het perk,
zijn inclusief wat rot en luis
de vruchten van ons eigen werk,
maar toch, zo’n tuin met berenklauw
is van de mensen, -niet van jou!

Je loopt erin, je zit erin,
je doet wat nuttigs met een schop,
je werkt erin met tegenzin,
dat voel je ’s avonds in je rug,
maar staan de bloemen weer in knop
dan wil je in je tuin terug,
al weet je: hij is niet van mij,
maar van de hele maatschappij!
Een tuin is altijd maar geleend.
Een huis staat vast, een tuin beweegt.
Een huis staat eeuwenlang versteend
zichzelf te zijn, verandert niet,
een tuin wordt beurtelings geleegd
en volgegooid met coloriet,
hij is een lapje geketend gras
dat ooit een deel der wereld was!

Nico Scheepmaker

________

Mien grond

Zoals ik hier rondstappe
Vertwiefeld

Half bloot
Over mien laand
Waor mien veurolders
Ploeterden, zwieten
Heidevelden ontgönnen
Haver en gerst zejden

Zo geve wij de grond
Terugge an de natuur
Een stappie achteruut
Um veuruut te gaon

‘k heure ’t gejoel van
Mien opoe’s stemme
In de wiend
In de taol die nog altied
Mien gedachten vormt
Woord veur woord

Mij verbiendt mit dizze streek
Mit de geur van vrogger
Ontstaon uut ‘zaod
Van olde grond

Ik leg mij mit oe neer
In ’t lange grös
Bloot, um oens te laoten
Versmulten mit ’t zwiet en
De traonen
Van de warme eerde

door: Ria Westerhuis

_____
Madeliefje

Madeliefje klein teder bloemetje in prille voorjaarstijd,
decoratief in het frisse jonge grastapijt,
Bloemetje zo onopvallend en toch heel elegant,
geel hoedje, wit rokje en roze langs de rand.

door: Carla Reezigt
_____
Aan een boom in het Vondelpark

Er is een boom geveld met lange groene lokken.
Hij zuchtte ruisend als een kind
Terwijl hij viel, nog vol van zomerwind.
Ik heb de kar gezien, die hem heeft weggetrokken.

O, als een jonge man, als Hector aan de zegewagen,
Met slepend haar en met de geur van jeugd
Stromende uit zijn schone wonden,
Het jonge hoofd nog ongeschonden,
De trotse romp nog onverslagen.

M. Vasalis
_____
De laatste dagen van de zomer

Trager de wespen, schaarser de dazen
groenvliegen grijzer, engelen gene, niets
dat hier hemelt, alles brandt lager

dit zijn de laatste dagen, men schrijft
de laatste stilstand van de zomer, de laatste
vlammen van het jaar, van de jaren

wat er geweest is is er steeds nog even
en wat men helder ziet heeft zwarte randen

men moet zich hier uitschrijven, de tuin
in de tuin insluiten, het geopende boek
het einde besparen, men moet zich verzwijgen

verzwijg hoe de taal langs de lippen invalt
hoe de grond het gedicht overstelpt, geen mond
zal spreken wat hier overwintert-

Gerrit Kouwenaar
_____

Sneeuw

Het wit.
Onhoorbaar is
het wit. Slechts
wat getrippel
van vogelpoten
heel omzichtig
in de bange
stilte van het
wit.

Onhoorbaar ligt
het wit in de
leeggeblazen ochtend.
Ik schrijf er
geen voetstappen
in.

Roland Jooris, uit Bladstil,  1977
_____
Landschap

in de weiden grazen
de vreedzame dieren;
de reigers zeilen
over blinkende meren,
de roerdompen staan
bij een donkere plas;
en in de uiterwaarden
galopperen de paarden
met golvende staarten
over golvend gras

Marsman

_____

Mijn God, het gras is zo jong!
Mijn hoeven zitten vol luchtsprongen.
Ik ren en mijn manen haken zich vast aan de wind.
Ik ren en geuren slaan te pletter tegen mijn hart.
Ik ren struikelend over mijn geluk
en ik ben de gevangene van mijn al te wijd gesperde ogen,
van mijn ogen die te levendig zijn
om de onrust te kunnen vatten
die over de wereld ligt uitgespreid…

Uit: Gebeden in de ark.

_____
Waar ik naar verlang vandaag

Waar ik naar verlang vandaag
Een frisse zomerjurk te dragen
met blote schouders, een uitgesneden
hals en rug en vooral goed
los om de heupen

Waarmee ik dan de tuin in loop
De zon schijnt warm, maar de win d
houdt het dragelijk en brengt
de jurk in beweging en dan

Ben jij er natuurlijk ook die
de jurk al even mooi vindt en samen
trekken we hem uit en hangen hem
aan een tak

En liggen te kijken in het gras naar
zo’n frisse zomerjurk in een boom,
Daar verlang ik het meest naar vandaag.

Jo Gevaerts, 1994 , Tijdschrift Oase

_____
Op een eendagsvlieg

‘Ach,’ sprak een eendagsvlieg te Doorn
‘Hoe heerlijk is het ochtendgloren
en hoe verrukkelijk het uur
waarop het laaiend zonnevuur
verstild ter kimme wordt gedreven!
Men moest twee dagen kunnen leven’

Kees Stip

_____
Licht

We wilden licht meer licht
We kapten de boom die in zijn eigen reiken
Ons verlangen in de weg stond
De boom kreunde kermde kraakte
Zijn laatste vezel scheurde
En met een razend suizen van zijn blaadjes
Sleurde hij zijn leven neer
De wind die hem bespeelde
Week geschrokken uit
Eindelijk hadden we licht in de kamer
In dat licht keken we elkaar aan
En zagen klaar
Ons onherstelbaar gezicht

Remco Campert
_____
Reconstructie

Een vroege zomeravond, maar nog uren dag,
in de tuin bij vrienden, witte stoelen op het gras.
Bloemen langs de schutting-stond de serredeur open?
Bomen in de tuin daarnaast en zeker zongen vogels.

Te warm voor thee, wij dronken koele glazen.
Een samenzijn van stiltes en wat praten.
Twee grijze hoofden naar elkaar gebogen,
Ik hoor beminde stemmen nog, niet wat werd besproken.

Later met ons vieren aan de haven,
boten bij zonsondergang, lichten over het water.
Maar niets zo dat zijn glans behield, zeepbel in de tijd,
als het zitten samen in die tuin, een schijn van eeuwigheid.

Georgine Sanders
_____
Kamperfoelie
Ik had niet vaak meer aan dat huis gedacht.
Noch aan die tuin. Dit alles is verleden.
Eindlijk raakt ieder leed ontgleden
Al is het hart ook bijna omgebracht.
Vanwaar dan dat, terwijl ’t ontembaar har
Al lang naar andre, verdre dingen haakte,
Ik mij weer in ’t voormalige wist verward,
Omdat ik aan die geur dacht, zwoel en lauw,
Die van de kamperfoelie zich losmaakte
Bij het stijgen van de zomeravonddauw.

J.C. Bloem
_____
De tuin

Een morgen ben ik zeer vroeg opgestaan
En zie de bloemen, halmen, grassen staan
In een zo helder eigenaardig licht
Of zij daar nog niet lang alleen zo staan
Maar iemand juist van hen was heengegaan,
Zo, als men in gezelschap binnentreedt
In stilte, en weet dat er gesproken is
Maar niemand u wil vertellen wat het was.
Het is alsof er een engel op dit gras
Getreden is en juist verdwenen is
Zodat nog alles luistert naar zijn tred
En halmen, grassen staan nog in gebed.

J.W.F. Werumeus Buning

_____
Onder de appelboom

Ik kwam thuis, het was
een uur of acht en zeldzaam
zacht voor de tijd van het jaar,
de tuinbank stond klaar
onder de appelboom

ik ging zitten en ik zat
te kijken hoe de buurman
in zijn tuin nog aan het spitten
was, de nacht kwam uit de aarde
een blauwer wordend licht hing
in de appelboom

toen werd het langzaam weer te mooi
om waar te zijn, de dingen
van de dag verdwenen voor de geur
van hooi, er lag weer speelgoed
in het gras en verweg in het huis
lachten de kinderen in het bad
tot waar ik zat, tot
onder de appelboom

en later hoorde ik de vleugels
van ganzen in de hemel
hoorde ik hoe stil en leeg
het aan het worden was
gelukkig kwam er iemand naast mij
zitten, om precies te zijn jij
was het die naast mij kwam
onder de appelboom, zeldzaam
zacht en dichtbij
voor onze leeftijd.

Rutger Kopland

_____
Na de zomer

I

De kreukels van het loof,
Vermoeid gesteente
Met flinterdunne nerven
Dat zijn bladeren ontvouwt
En neer laat dalen
Tot geel geschuifel.
Het lila van de herfst
Op bleke stelen
Zakt rottend weg
In drassigheid.
Het besef: Wij waren
Er even bij-
Een voetstap
Die geen echo achterlaat.

II

De onverschrokkenheid
Van zonlicht op de stammen,
Luchtige helderheid
Tussen de kruinen.
De dode damp stijgt op
Als lispelen.
De eenvoud van de
Directe waarneming.
We sluiten de deur,
En verdwijnen geruisloos.
Wat is sterven toch mooi
Als het grind zijn tol betaalt-
De bevrijdende schreeuw
Blijft onhoorbaar.

III

Grijs als as
Kraakt het
Van ongeweten bloei.
Diep in het zand
De koudbloedige winterslaap.
Het neonblauw verfletst
Tot kleurloosheid,
Het roestige takkenweefsel
Van uitgegloeid ijzerdraad
Wacht de winter.
Het buigen naar iets
Dat nog leeft misschien-
De vliesdunne rand
Van het vergeten.

Jan Wolkers (I-III)

________

klaproosjes pas in bloei

zo intens rood

dat de kleur vloeibaar lijkt

niet houdbaar binnen de bloeivormen

zoals geluksgevoel

uitbarstend soms

buiten mogelijkheden

 

D. Hillenius

_______

 

Natuur is leuk maar je moet er wel wat te drinken bij hebben / Willem Kloos

De stilte der natuur heeft veel geluiden / H. Roland Holst

Wij verkeren zo graag in de natuur, omdat deze geen mening over ons heeft
/ Nietzsche

_____